Bengeltje

Bingel, bangel, bengeltje,
jij bent heus geen engeltje.

Jij bent heus geen schattebout,
daarvoor ben je veel te stout.

Ben je dan geen engeltje,
ben je dan geen schattebout.

Ik ben wel jouw grote broer,
die omdat je zo’n bengel bent,
juist zo heel veel van je houdt.

(1672)… Lees verder

Bijtje Zoem zoekt een bloem

Bijtje Zoem vliegt in het rond.
Hij zoekt een mooie bloem. Een bloem om nectar uit te halen. Daar kan hij honing van maken.

Hij ziet veel bloemen. Bijtje Zoem kan niet kiezen.
Hij vliegt van de ene naar de andere bloem. Maar hij blijft nergens zitten.
Een bloem vindt hij te klein, de andere te groot.
Deze bloem is te dik, die te dun. Bijtje Zoem is moe.

Hij rust uit op het gras.… Lees verder