Waarom Februari 28 dagen heeft

‘Als daar maar geen ruzie van komt,’ zei moeder Jaar met een diepe zucht. Ze had precies driehonderd vijfenzestig dagen om te verdelen onder haar twaalf kinderen: Januari, Februari, Maart, April en de ander van de twaalf maanden. Moeder Jaar wilde het graag zo eerlijk mogelijk doen. Maar wat was dat moeilijk!

Driehonderd vijfenzestig is zo’n raar getal. Als ze elk van haar kinderen dertig dagen gaf, dan hield ze vijf dagen over. En als … Lees verder

De Toverpoef

In de kamer bij Opa Koos staat een poef. En dat is niet zomaar een poef. Opa Koos zegt namelijk dat het toverpoef is. Je mag er ook niet zomaar op gaan zitten. Dat mag alleen als het een bijzondere dag is. Bijvoorbeeld op je verjaardag, of met Kerst of als je verdrietig bent of zomaar omdat Opa Koos vindt dat het een bijzondere dag is.

Iedere keer als ik bij Opa Koos ben dan … Lees verder

Daantje zou naar school toe gaan

Daantje zou naar school toe gaan,
maar hij bleef voortdurend staan.
Hier te kijken, daar te turen.
En het zou niet lang meer duren
of de klok zou 9 slaan.
Jongen jongen stap toch aan.

Daantje bleef te lang op straat.
Daantje kwam op school te laat.
Daarom moest hij s middags blijven,
en een hele lei vol schrijven.
Anderen speelden, Daantje niet.
Jongen jongen wat verdriet

(164)… Lees verder

Klein Kleutertje

Een heel klein kleutertje van drie jaar oud.
Die liep eens van zijn moeder weg, maar dat was stout.

Hij nam een grote appel mee, en ook een stukje brood.
Hij zei ik ga de wereld in, ik ben al groot.

Maar toen kwam daar meneer agent, die zei wat doe je hier.
Ik breng je naar je moeder terug, met veel plezier.

(107)

Lees verder

Diederik heeft knikkers in zijn neus

Diederik en Maartje zijn aan het knikkeren.
Ze hebben hele mooie knikkers. Rode en blauwe en groene.
Ze proberen de knikkers in het potje te rollen.
Dat is heel moeilijk, maar soms lukt het.
Maartje is heel goed in knikkeren. Ze wint steeds.
Dat vindt Diederik niet leuk. Diederik verveelt zich.

Dan verstopt Diederik zich achter een boom.
Uit zijn zak haalt hij twee blauwe knikkers.
Hij stopt ze in zijn neus. De knikkers passen precies.
Diederik loopt naar Maartje, … Lees verder

Rode Appels

Zie de rode appels hangen,
aan een boompje tussen het groen.
Mocht ik er maar eentje vangen,
of een enkel wensje doen.

Maar de appels bleven hangen,
naar beneden kwam geen één.
Ze lachten met hun rode wangen,
door de groene bladeren heen.

Toen is Jan de Wind gekomen,
heeft gewaaid voor het lieve kind.
Schudde de appels van de bomen,
dank u wel Meneer de Wind.

(361)

Lees verder

Liesje

Liesje ik zal je sleeën gaan,
langs het witte paadje.
Met je warme wandjes aan,
en de muts van ma-tje.

Ikke zal jouw paardje zijn,
en zal heel hard lopen.
En dan gaan wij strakjes fijn,
lekkere koekjes kopen.

(147)

Lees verder

Twee aardige poesjes

Wij hebben twee aardige poesjes,
met pootjes zo zacht als fluweel.
De ene die noemen we Bobbie,
de andere dikzak heet Neel.

Laatst waren ze nergens te vinden,
toen zijn we aan het zoeken gegaan.
We zochten in alle hoeken,
waar kwamen ze denk je vandaan?

Neeltje die lag in de turfmand,
en Bob lag bij popje in bed.
We namen ze gauw mee naar binnen,
en rolden haast om van de pret.

(557)

Lees verder

Jordan in Miniland

Jordan was een zeeman. Hij had een mooi schip waarmee hij verre reizen maakte. Op een dag zag hij een onbekende kust. Maar toe hij er heen voer, zonk het schip en werd hij op het strand gesmeten. Zonder het te weten was Jordan in Miniland terechtgekomen.

Terwijl Jordan sliep, bonden de Minimensjes hem vast. Wat keek hij verbaasd toen hij wakker werd! Overal om hem heen krioelden de dwergen. Ze waren druk in de weer met spijkers, hamers hout … Lees verder

Boris en Katinka – In de toren

Gaan jullie mee? vraagt mama. Waar gaan we naartoe? vraagt Katinka. Naar een toren, zegt mama. We mogen vandaag naar boven klimmen. Als ze buiten zijn wijst mama naar een kerk met twee hoge torens. Daar gaan we naar toe. Hoe moeten we dan naar boven? vraagt Katinka. Met een trap, zegt mama. Kan jij zelf de trap opklimmen? Ja, knikt Katinka. Dat kan ik wel.

In de kerk geven Katinka en Boris mama een hand. De kerk is heel … Lees verder

Posts navigation