Paardrijden in Snoepjesstad

De volgende morgen denkt Eske niet meer aan het vervelende gevoel. Ze gaan paardrijden.

Eske wil al heel lang op paardrijles. Het mag nooit, want haar moeder vindt het veel te duur. Irmgard heeft wel les. Ze kan het al heel goed. Irmgard zoekt voor Eske een rustig klein paard uit. Hij is heel lief. Alleen het erop komen is een beetje moeilijk. Jeroen geeft een zadel aan Eske en dan gaat het beter. Ze zet een voet in de … Lees verder

In Snoepjesstad moet je niets

De volgende morgen. Eske en Irmgard worden naast elkaar wakker. ‘Heb jij ook zo lekker geslapen?’ vraagt Eske. ‘Ja, heerlijk,’ zegt Irmgard. ‘Geen geplaag en geroep.’

Van alle kanten klinkt ‘Hoi’ en ‘Goedemorgen’. ‘Wie wil er kokosbrood?’ vraagt Jeroen. Hij krijgt geen antwoord.

De Juf komt eraan, ze vraagt met een lieve stem: ‘Komen jullie vandaag naar school, of hebben jullie andere plannen?’ De kinderen beloven dat ze er over na zullen denken. Als ze zin hebben, ziet de juf … Lees verder

Eske en Irmgard in Snoepjesstad

Vlakbij het huis van Eske is een bushalte. Het is een toverbushalte. De bus gaat alleen naar Snoepjesstad. Volwassenen kunnen de halte niet zien. Alleen kinderen. Ze moeten op een bel drukken. Dan komt de bus. Hij rijdt niet naar Snoepjesstad, nee, hij is er in een flits.

Eske en Irmgard hebben ’s morgens heel vroeg bij de bushalte afgesproken. Als iedereen nog slaapt. Nu is het zover. Ze gaan vertrekken. Eske drukt op de bel. Irmgard vindt het heel … Lees verder

Irmgard wil ook naar Snoepjesstad

Irmgard heeft rood haar. Ze is net een stoplicht.
He, spring eens op groen, dan kan ik doorrijden. Irmgard kan haar broer wel iets doen. Altijd is hij haar aan het pesten. Hij doet het stiekem, net als papa en mama iets anders aan het doen zijn. Ze kan niet tegen hem op. Hij is vijf jaar ouder en veel sterker.

‘Als je niet op houdt met pesten, zeg ik het tegen Papa,’ zegt Irmgard. Paul, zo heet haar broer, … Lees verder

Eske wil naar Snoepjesstad

‘Eske, nu roep ik je voor de laatste keer. Kom eten.’ Eske hoort aan Mama’s stem dat ze boos is. Mama is zo vaak boos. Dit mag niet en dat mag niet. Sommige dingen moeten juist. Eske snapt er niet veel van.

Ze heeft nog niet verteld dat de juf ook al kwaad is. Op school moet je de hele tijd stilzitten en je mond dichthouden. En dat is net wat Eske niet kan. Het was wel lachen vandaag. Irmgard … Lees verder

Kennen jullie Snoepjesstad?

Ben je wel eens boos op je papa of mama?
Boos, omdat je nooit iets mag?
Geen snoepje of koekje vlak voor het eten.
In de winter niet zonder jas naar buiten.
Moet je ook altijd op tijd naar bed?
Zeggen ze: ‘Ja, je mag niet kletsen op school, als je vertelt dat je straf kreeg?’
Krijg je daar echt genoeg van?

Zeg je wel eens: ‘ik ga ergens anders wonen? Ik wil zelf weten wat ik doe’.
Dan weet … Lees verder

Toontje Toon

Toontje Toon,
hield niet van schoon.

Hij hield van vies en plak,
en liep het liefst in een jute zak.

Een vieze neus en smerig haar,
Toontje Toon vond dat echt niet raar.

Wassen vond hij stom,
en haren kammen vond hij dom.

De mensen liepen om hem heen,
want de lucht was vreselijk naar het scheen.

Toen werd hij verliefd op Mientje Keurig,
en Mientje vond de vieze Toontje maar treurig.

Mientje zei: Jij moet in bad,
met veel … Lees verder

Ollie en Olliver maken een krant

‘Wat lees jij pappa?’ vraagt Ollie.
‘De krant,’ antwoordt pappa, terwijl hij verder leest.
‘Ja, maar wat staat er dan in de krant. Er staan zo weinig plaatjes in. Dat lijkt mij helemaal niet leuk. Das toch hartstikke saai!’

Pappa legt uit dat de krant helemaal niet saai is. Er staat namelijk nieuws in. Alle dingen die pas gebeurd zijn worden in de krant opgeschreven. Dan kan iedereen het lezen. Zo staat er in de krant dat de krentenbollen van … Lees verder

Boris en Katinka spelen verstoppertje

Katinka, Boris en papa gaan naar het park.
‘Zullen we verstoppertje spelen?’ vraagt Katinka. ‘Dan ga jij ons zoeken.’
‘Dat is goed,’ zegt papa. Hij gaat op een bankje zitten en doet zijn handen voor zijn ogen.
‘Ik tel tot tien, wie niet weg is is gezien! Een, twee, drie, vier, vijf, zes, zeven, acht, negen, tie-ien! Ik kom!’ Papa doet zijn ogen weer open.
Boris staat bij de zandbak. En Katinka is weg.
Papa kijkt achter een boom.
Niemand.… Lees verder

Posts navigation