De schele prinses

 

In Bloesemdijk daar woonde in een groot, mooi, wit kasteel
een prinsesje (met de koning, koningin en ’t personeel).
Ze was heel lief en dankbaar en ze heette Hermeneel,
‘ t enige wat niet klopte was: ze was ontzettend scheel.

Dat was dan niet het ergste want zoiets kan nou gebeuren
maar er was iets wat de koning toch maar telkens bleef betreuren,
want Hermeneel had vriendjes in die bosrijke omgeving
en gaf hen een totaal totaal verkeerde kennisgeving.

Ze zei: ‘Ik heb twee mama’s en twee papa’s, wat dacht jij?
‘Waarna er werd geroddeld want het volk, ja ja, dat zei:
‘Wij hebben helemaal geen echte koning, koningin,
er zijn er twee van elk en dat is een belemmering.

De koningen in Bloesemdijk die hebben geen fatsoen,
wij gaan ze nu verbannen en we gaan er iets aan doen!’
En in een grote groep liepen de mensen naar ’t kasteel
en wie zag hen daar aankomen? Dat was de Hermeneel.

Ze zei: ‘Kijk mama’s en kijk papa’s, ‘k zie miljoenen mensen!’
De koning zei: ’t Zijn er duizend, draag toch eens je lenzen.’
Het volk begon te schreeuwen van: ‘Ik wil van ieder één,
gij hebt van elk er twee en dat is heel heel heel gemeen!’

De koning en de koningin, zij liepen uit ’t kasteel
samen met de koks en met het dienend personeel.
Het volk riep: ‘Ja, we weten wel, er zijn van ieder twee:
twee koningen, twee koninginnen. Pikken wij dat? Nee!’
‘Nou rustig,’ zei de koning op een vriendelijke toon,
‘er is maar één de koning, koningin, dat is gewoon.
Maar kijk, ik kan het uitleggen, want onze Hermeneel
die kijkt en kijkt en kijkt en kijkt en kijkt aldoor maar scheel.
Wat jammer nou van deze ongelofelijke strubbel
omdat de prinses alles alles alles ziet twee-dubbel.’
Het volk raakte weer kalm, en de koning gaf een feest
omdat echt iedereen door Hermeneel zo was bedeesd.

En Hermeneel zei achteraf: ‘Wat waren er toch veel
mensen uit het dorp bij ons in het grote kasteel.
‘Nog steeds dacht ze: Ik heb twee mams, twee paps en
wat dacht jij?
Waarna het hele volk, het hele volk dan maar weer zei:
‘Ze is heel lief en dankbaar, onze kleine Hermeneel,
’t enige wat niet klopt dat is: ze is ontzettend scheel.’

(5726)

Post navigation