Lindewiek – Een nieuwe bewoner – deel II

 

EEN VLIEGTOCHTJE DOOR LINDEWIEK…
Ook wij in de Lindelaan waren benieuwd hoe alles zou aflopen. Op een dag streek Juffrouw Duif bij mij achter in de tuin neer in een van de kersenbomen. Ze kreeg een punthoofd van alle vogels die voortdurend bij haar op bezoek kwamen. Hier had ze een beetje rust. Rust???

Knabbelaar zat te mopperen dat ze in ZIJN tuin zat. Maar ik ging naar buiten en vertelde Knabbelaar dat van hem niets was want dat het MIJN tuin is en dat de juffrouw net zo lang in onze tuin mocht zitten in de kersenbomen als ze wilde. Knabbelaar mopperde verschrikkelijk. “Ik stuur je terug naar boer Bartjes,” dreigde ik. “Wie zorgt dan voor je gras Doortje?” vroeg Knabbelaar uit de hoogte. “O, er zijn meer geiten in Lindewiek,” zei ik. “Ik koop gewoon een andere. En ik heet trouwens Ans!” Knabbelaar zweeg verschrikt. Hij moest er niet aan denken dat hij hier weg moest. Terug naar boer Bartjes. Met die vreselijke haan op het erf.

Heel ons stadje was in rep en roer. Iedereen was benieuwd hoe alles af zou lopen. Ondertussen had de nieuwe duif besloten hier voorgoed te blijven wonen. Het werd tijd dat hij een huisje ging bouwen in het park. Hij moest toch onderdak hebben niet waar? De andere vogels hielpen ijverig en sleepten takjes en strootjes naar een van de eikenbomen. Beneden stonden de eenden en zwanen uit de vijver te kijken of alles wel goed gebeurde. Die dag kwam het huisje klaar en tevreden trok Barend erin.

Zo, eindelijk een eigen huis inplaats van die duiventil te moeten delen met een heleboel andere duiven. Zo gingen er nog een paar dagen voorbij. Juffrouw Duif was in geen velden of wegen te kennen. Alleen wij in de Lindelaan op nummer 25 wisten waar ze was. Maar op een dag ging Barend het stadje bekijken. Hij vloog over alle straten. Overal begonnen kinderen naar hem te zwaaien. Hij genoot van alle aandacht. En zo kwam hij in de Lindelaan en streek neer op het weitje voor ons huis.

Michel was met zijn skelter op straat aan het rond toeren. Toen hij Barend zag ging hij vrolijk naar hem toe. “Hallo meneer Duif,” zei hij. “Ik vind het heel leuk dat nog een duif bij ons is komen wonen. Wij hadden altijd alleen maar juffrouw Duif.” Barend knikte blij. “Maar Juffrouw Duif is zoek,” zei Barend. “Niemand kan haar vinden.” “Nietes,” zei Michel, “ze zit bij onze buurvrouw achter in de tuin in de kersenboom.” “Is het heus?” vroeg Barend nieuwsgierig. Michel knikte. “Als je over de huizen vliegt naar de achterkant, dan zie je haar zo.” Dat wilde Barend wel.

Hij vloog er meteen op af en ja hoor daar zat juffrouw Duif op de bovenste tak van de grootste kersenboom. En zo leerden ze elkaar kennen. Onder de kersen en perenbomen liep Knabbelaar te mopperen: “Nog een duif. Straks hebben we hier een hele dierentuin.” Maar de duiven trokken zich er niks van aan. Barend vond Juffrouw Duif zo aardig. Nog nooit had hij zo’n lieve duif gezien. Hij werd meteen een beetje verliefd op haar.

Juffrouw Duif was erg verlegen. Maar diep in haar hart moest ze bekennen dat ze bijzonder blij was dat Barend in Lindewiek was gekomen. En zo ging Juffrouw Duif met Barend terug naar het park. Iedereen hield de adem in en wat het hele stadje hoopte: op een goede dag kondigde

(963)

Post navigation