Sint Maarten

 

Het is al donker. Maar Katinka en Boris hoeven nog niet naar bed. Katinka pakt haar lampion. Ze heeft hem zelf gemaakt van een lege doos. Er zit een stokje aan. En er brandt een lampje in. Boris heeft ook een lampion. Hij zwaait met het stokje op en neer. ‘Doe nou voorzichtig!’ zegt mama. ‘Je moet het stokje gewoon rustig vasthouden.’

Ze trekken hun jas aan en gaan naar buiten. Wat is het donker op straat! Katinka en Boris lopen dicht naast mama. Ze gaan naar de buren. Mama drukt op de bel. De deur gaat open. Het is de buurman. Katinka en mama beginnen te zingen:
‘Sint Maarten, Sint Maarten. De koeien hebben staarten. De meisjes hebben rokjes aan. Daar komt Sinter Maarten aan!’ ‘Heel mooi!’ zegt de buurman. Hij geeft Katinka en Boris een paar snoepjes. Ze lopen naar het volgende huis. En dan naar het volgende. Overal zingen ze Sint Maarten en krijgen ze snoepjes. Boris zingt niet. Mama moet zijn lampion vasthouden. Want Boris wil alleen maar snoepjes eten. ‘Eigenlijk hoor je te wachten met snoepen tot we thuis zijn!’ zegt mama. Maar daar snapt Boris niets van. Katinka vindt dat ze genoeg snoepjes hebben. Daarom gaan ze weer naar huis.

Katinka en Boris krijgen ieder een trommeltje om hun snoepjes in te bewaren. ‘Ik eet twee snoepjes op,’ zegt Katinka. De rest bewaar ik. Ze geeft ook een snoepje aan mama. Maar Boris wil niets bewaren. Hij wil alles meteen opeten. Hij eet maar door! Zijn trommeltje is al bijna leeg. ‘Nu gaan jullie je tanden poetsen,’ zegt mama. ‘En dan naar bed! Morgen mogen jullie verder snoepen!’ ‘Morgen mag je weer een snoepje van mij!’ belooft Katinka. ‘Ik krijg wel veel snoep!’ zegt mama. ‘Het is maar goed dat jij niet mijn mama bent en ik jouw kindje. Want dan zou ik veel te veel snoep krijgen!’ Katinka lacht. Ze vindt het leuk om uit te delen. ‘Mijn kindjes mogen later net zoveel snoepen als ze willen,’ zegt ze. ‘Dat zullen we dan nog wel eens zien!’ lacht mama.

(1730)

Post navigation