Vieze woorden

 

Lila en Blue spelen in het park. Ze doen tikkertje maar zijn dat spelletje snel zat omdat ze maar met z’n tweeën zijn. Dan heeft Blue een leuk plan. Ze verstoppen zich in een bosje en wachten tot er iemand langs loopt.
De blaadjes ritselen om hun heen. Daar komt een net vrouwtje aan met een bontjas en een poedel. Ze loopt langs het bosje. ‘Poep!’ roepen Lila en Blue in koor. ‘Hè gad,’ zegt de dame met een pruilmond. ‘Wat zijn dat voor vieze woorden?’
Lila en Blue zijn zo stil als ze kunnen. De vrouw mag natuurlijk niet weten dat zij het zijn die dat hebben geroepen. Daar komt een jongen aan. Hij eet een frikadel. ‘Stront!’ roepen Lila en Blue tegelijkertijd. De jongen kijkt met gefronste wenkbrauwen maar zijn frikadel en gooit die vervolgens in de prullenbak. Lila en Blue komen niet meer bij van het lachen. Daar komt een oude meneer aan met een stokje. Hij loopt heel langzaam met zijn neus in de lucht. Een deftige meneer kun je wel zeggen. ‘Kont!’ roepen Lila en Blue in koor. Maar de deftige meneer reageert niet. Waarschijnlijk is hij een beetje doof.

Daar komt een meisje aan met een grote, grijze hond. ‘Pis!’ roepen Lila en Blue. Maar dan gaat de grijze hond naast het bosje staan, tilt zijn poot op en plast over Lila en Blue heen. ‘Gadver, bah!’ roepen Lila en Blue. Ze lopen verslagen en nat van de hondenpis naar huis. Oh wat stinken ze! ‘Dit doen we nooit meer hè?’ zegt Lila tegen Blue. ‘Nooit meer!’ zegt Blue vastbesloten.

lees morgen meer over Lila en Blue…

(1924)

Post navigation