Vliegen

 

Olliver heeft een heel goed idee. En het gaat over vliegen. Ja vliegen, net als de vogels doen. Hij roept Ollie en fluisterend vertelt hij Ollie over zijn plan. Het is een beetje een gevaarlijk plan, en mamma houdt niet van gevaarlijke plannen. Zij mag het niet horen, daarom fluistert Olliver. Olliver vertelt; ‘Ik weet hoe we kunnen vliegen, in de lucht, net als de vogels’. ‘Huh’? Zegt Ollie hardop. ‘Ssssst. Stil zijn hoor anders vertel ik het niet’. ‘Jaha, vertel nu maar’, zegt Ollie ongeduldig.

‘We klimmen op het dak van de schuur. Dan springen we eraf. Nou ja springen, eigenlijk vliegen we eraf’. ‘Maar we hebben toch geen vleugels, Olliver. Hoe kan dat nou?’ ‘Nee dat klopt, maar we hebben ook geen vleugels nodig. Dit is namelijk een nieuwe uitvinding. We nemen die grote paraplu van pappa en doen die open, voordat we van het dak afspringen. En als we dan springen, dan komt er wind onder de paraplu, en daarom blijven we in de lucht hangen en zweven we zachtjes naar beneden. Wel tot het einde van de straat. ‘

Ollie weet niet of ze dit wel zo´n goed plannetje vindt van Olliver. Ze vindt het eigenlijk een heel gevaarlijk plan. Veel te gevaarlijk. Dat gaat nooit goed!

Maar Olliver weet zeker dat het wel goed gaat en wat Ollie ook zegt, het helpt niet. Olliver moet en zal zelf vliegen. Samen klimmen ze het dak van de schuur op. Met de paraplu. Als ze op het randje van het dak staan kijkt Ollie omlaag. Brrrrr dat is hoog. ‘Nou, mooi dat ik niet spring’, zegt Ollie. ‘Ach bangerik. Jij durft ook niks’. Olliver gaat op het randje van het dak van de schuur staan en doet de paraplu uit. ‘Tel jij maar af van 1 tot 3 en bij drie vlieg ik weg. Ja’? En Ollie telt; ‘één, twee en …… drie’! Dan doet ze snel haar handjes voor haar gezicht. Ze durft niet te kijken. .. En dan hoort ze een harde plof. Als ze naar beneden kijkt ziet ze Olliver op de grond liggen. ‘Ohhhhhhooohhhh. Ooohhhhhhh’. kreunt Olliver. ‘Olliver, Olliver, gaat het’? vraagt Ollie bezorgd. ‘Ohhhhhhoooooohhhhhh’, dat is alles wat Olliver kan zeggen.

Dan komt pappa aangelopen. Hij komt thuis van zijn werk. Als hij het pad op loopt ziet hij Olliver liggen. ‘Wat is er aan de hand’? vraagt hij bezorgd. En hij helpt Olliver om op te staan. ‘Ik wilde vliegen, met jouw paraplu, maar de paraplu scheurde kapot en toen viel ik heel hard op de grond’, vertelt Olliver. ‘Ach, hoe kan je nou zoiets verzinnen’? vraagt pappa. ‘Laat me eens even kijken of je niets ernstigs hebt’. Maar Olliver kan zijn armen en benen nog bewegen. Gelukkig niets gebroken. Alleen een grote schram op zijn elleboog. Wat een geluk zeg.

Nou, Olliver zal wel nooit meer zoiets doms doen.

(1752)

Post navigation