Jeroentje Citroentje

Er was eens een heel gek mannetje, Zijn hoofd was een citroen, zijn neus een radijsje en zijn mondje was een schijfje tomaat. Hij had ook oogjes en dat waren twee donkere peperbolletjes. Hij had armpjes en beentjes van pijpkaneel en verder had hij niets, want meer hebben zulke mannetjes niet nodig. Het mannetje heette Jeroentje en het zal je niet verbazen dat hij Jeroentje Citroentje genoemd werd.

Hij woonde in een bloempot, die gevuld was met donkere, malse aarde. … Lees verder

Het vogeltje dat honger had

Sabientje ging naar bed. Het was zever uur. Plotseling zag ze op de vensterbank een vogeltje zitten. Dat was Piep.
Sabientje deed het raam open.
‘Dag, Sabientje,’ zei Piep.
‘Dag, Piep,’ zei Sabientje.
‘Wat kom je doen?’
‘Ik kom een koekje vragen,’ zei Piep.
‘Want ik heb zo’n honger, weet je.’
‘Arme Piep,’ zei Sabientje.
‘Ik zal je gauw een koekje geven.’
Ze nam een koekje uit een trommeltje. Dat gaf ze aan Piep. Hij smulde er heerlijk van. Toen … Lees verder

Het varkentje dat ontevreden was

O ja, het varkentje kreeg genoeg te eten. En het weiland was groot genoeg. Dat was het niet. Maar het varkentje voelde zich ontevreden… omdat het zo’n klein en lelijk staartje had. Het had daar nooit zo over gedacht. Totdat het zichzelf een keer per ongeluk in een grote plas weerspiegeld zag, met staartje en al. Nooit geweten dat ik zo’n onooglijk staartje heb, dacht het varkentje. En hij kon het niet nalaten om zijn staartje te vergelijken met de … Lees verder

Liesje en Miesje

Liesje en Miesje zijn twee stoute meisjes.
Buiten spelen vinden ze reuzefijn. Maar o, wee dan…

Plagen ze de poesjes
en dragen vieze bloesjes.
Ze plagen de hondjes
en hebben vieze mondjes.
Ze plagen de koetjes
en hebben vieze voetjes.
Ze plagen de bakker op de hoek
en eten alle krenten uit de krentenkoek.
Ze plagen Jantje, Pietje en Klaasje
en spelen over iedereen het baasje.
Ze plagen het jongetje, dat altijd fluit
en noemen hem een vrolijke guit.
Ze … Lees verder