Holle Bolle Olifant

holle bolle olifant
met je sneeuwbal in je hand
holle bolle olifant
met je dikke winterwant
holle bolle olifant
ik zou maar niet gaan gooien
want holle bolle olifant
dan moet je zitten aan de kant
holle bolle olifant
ga maar fijn spelen in het zand
holle bolle olifant
dan hoef je niet te zitten aan de kant
holle bolle olifant ik las gister in de krant
dat een holle bolle olifant
wonend in het ’s graveland
niet hoefde te … Lees verder

Remco is jarig

De kerktoren slaat zeven keer en Remco wordt wakker. Hij heeft een blij gevoel. Net alsof er beestjes op zijn buik dansen. Gisteren was het nog maar een nachtje slapen maar nu is het dan echt waar: HIJ IS JARIG!

Papa, mama en Joris, zijn grote broer van zeven, komen zingend zijn kamer in. Ze zingen alle verjaardagsliedjes die ze kennen. Lang zal-ie leven, hankie-pankie, happy birthday en nog een heleboel andere. Dan krijgt Remco een kus van zijn vader … Lees verder

Ollie en Olliver bakken oliebollen

Het is bijna het einde van het jaar (niet echt natuurlijk). Dan gaat opa Does altijd oliebollen bakken. Ollie en Olliver mogen opa Does helpen.

Opa Does heeft een echt koksmuts op. Ollie en Olliver krijgen allebei een theedoek om hun hoofd en een schort voor. Zo lijkt het net of zo een echte kok zijn.
‘Eerst moeten we het deeg klaarmaken,’ legt opa Does uit. Hij laat zien hoe het deeg gekneed moet worden. Dan mogen Ollie en Olliver … Lees verder

Wolkenwind

Het waait buiten. Wolkenwind kan het niet laten. Af en toe laat hij zelfs regendruppels vallen. Maar Zonnevrouw wil zich ook laten zien.Alleen vandaag lukt dat haar niet.

‘Hé, Wolkenwind, ga eens aan de kant!’ Wolkenwind geeft geen antwoord en blaast vrolijk verder. Zonnevrouw probeert het nog een keer: ‘Ga je nou nog aan de kant!!’ ‘Waarom zou ik?’, moppert Wolkenwind, ‘ik ben net zo lekker bezig.’ Alles laten waaien is toch stoer, denkt hij er nog achteraan. ‘Het is … Lees verder

Er was eens een kabouter

Er was eens een kabouter,
hij woonde in ’t land Stouter,
hier ver vandaan,
waar kabouters nog bestaan.

Er was eens een fee,
die ging met de ander mee,
naar ’t grote Sprookjesbos,
met veel bomen en mos.

Er was eens een beer,
die ging naar z’n huis, keer op keer,
in z’n grote grote hol,
met z’n buikje altijd bol.

Er was eens een ik,
en ik heet Mik,
ik ging naar m’n huis in een land,
en dat … Lees verder