Hij maakt een grote sneeuwman. Papa helpt hem. Ze rollen een hele grote bal, voor de buik van de sneeuwman. En een kleinere bal voor het hoofd. Papa zet het hoofd bovenop de buik. Hij zegt tegen Jin: ‘Jij mag hem afmaken. Ik heb het koud. Ik ga … Lees verder
Jordan in Miniland
Jordan was een zeeman. Hij had een mooi schip waarmee hij verre reizen maakte. Op een dag zag hij een onbekende kust. Maar toe hij er heen voer, zonk het schip en werd hij op het strand gesmeten. Zonder het te weten was Jordan in Miniland terechtgekomen.
Terwijl Jordan sliep, bonden de Minimensjes hem vast. Wat keek hij verbaasd toen hij wakker werd! Overal om hem heen krioelden de dwergen. Ze waren druk in de weer met spijkers, hamers hout … Lees verder
Moeder zon
‘Kom kom’, zegt moeder Zon, ‘jullie mogen naar beneden gaan. Goed je best doen hoor, dan ga ik kijken wie er het verst komt’. De kleine zonnestraaltjes werden helemaal blij. Ze bedachten dat ze een wedstrijd zouden houden. De zonnestraaltjes tuimelden naar beneden. Dat was fijn! Ze mochten een hele dag spelen en zorgen dat de kindjes op de aarde een lekker warm zonnetje voelden. Moeder Zon zwaaide haar kleine zonnestraaltjes uit.
Het werd een echte lentedag. De zonnestraaltjes deden … Lees verder
Het arme kleermakertje
Op een keer toen het kleermakertje nog laat aan het werk was, sprong er opeens … Lees verder
Het sprookje van de zon en de maan
Hoe het Prinsesje een Prinsje werd
De buurman
Janus en Remco zitten in de speeltuin. Zo kunnen ze hun eigen huis zien. Maar daar kijken ze niet naar. Ze hebben pas een andere buurman gekregen. Die man zit de hele dag voor het raam.
Hij is aan het schrijven. Soms praat hij tegen iemand. Janus en Remco kunnen niet zien tegen wie. Het is raar, hoor. Ze zien veel kinderen naar binnen gaan. Maar ze komen niet meer naar buiten. ‘Het huis moet propvol zitten,’ zegt Remco. Hij … Lees verder
Bolleke
Janus vindt het leuk om bij tante Trees te logeren. Hij mag dan een uurtje later naar bed. En ze eten alleen dingen die Janus lekker vindt.
Nu zit hij met zijn pyjama aan op de bank. Eerst moet hij zijn melk opdrinken. Daarna hoeft hij pas naar bed. De kat van tante Trees zit op de grond. Hij wast zijn staart. ‘Ik kan met hem praten,’ zegt tante Trees. Janus begint te lachen. ‘U kunt hem niet verstaan,’ zegt … Lees verder
Een monster met een kaboutermuts
Er zit een monster in bad. Alleen Janus kan hem zien. Moeder zegt dat het niet waar is. ‘Monsters bestaan niet,’ zegt ze dan. Janus weet zeker dat het monster echt bestaat. Hij ziet het toch zeker zelf! Pappa zegt dat Janus zich niet aan moet stellen.
Mamma wil dat Janus elke dag in bad gaat. Janus houdt zijn puntmuts op in bed. Dan lijkt hij groter. Misschien durft het monster hem dan niks te doen. Moeder vindt het wel … Lees verder
Slootje springen
Janus is op weg naar school. Opeens komt Remco naast hem lopen. ‘Ik heb een beter idee,’ zegt Remco, ‘we gaan sloot-jespringen.’ ‘Dat vindt moeder nooit goed,’ zegt Janus. ‘Ik moet naar school.’ ‘Er moet zo veel,’ zegt Remco. ‘Als je nu naar school gaat, ben je een braverik.’ Janus wil geen braverik zijn. Hij gaat met Remco mee.
Janus heeft nog niet eerder over een sloot gesprongen. Het is heel spannend. ‘Is de sloot diep?’ vraagt hij. ‘Nee, sloten … Lees verder
