Een regendag in Lindewiek

 

Op een ochtend werd ik wakker. Het regende pijpensteeltjes. Even later werd er op mijn slaapkamerdeur geklopt. Jaapje kwam me verrassen met een heerlijk ontbijtje op bed. Als het regende, gaan we altijd een Leuke Dingen Dag houden. Dus Jaapje wilde weten wat we die dag gingen doen aan leuke dingen.

‘Hmmm’, zei ik, ‘Het voelt een beetje fris aan, is het niet?’ Jaapje knikte. Jaapje schonk een kopje thee in en ik at mijn boterhammetjes met kersenjam. ‘Hmmm,’zei ik. ‘Weet je wat we doen? We steken de open haard aan en bij die gezellige warmte schuiven we onze luie stoelen en dan vertel jij een leuk verhaal. Jaapje knikte verheugd. Als de wiedeweerga at ik mijn ontbijtje op, en nam een heerlijk warm bad met een bende badschuim en deed mijn Leuke Dingen Dag kleren aan.

In de huiskamer sleepte Jaapje met grote houtblokken voor de openhaard. Toen ik beneden kwam brandde het vuurtje al en het was heerlijk warm. De regen kletterde hard tegen de ruiten. Buiten was Knabbelaar in zijn warme hok. We maakten een beker warme chocolademelk en toen zaten we in onze luie stoelen.

Jaapje begon. ‘Ik heb een oom, een lieveheersbeestje,’ zei hij. ‘Oom Joris, die woonde in Groenedaal in het huis van Tante Miep. Hij woonde daar stiekem achter het gordijn boven in de huiskamer. Maar Tante Miep wist er niks van. Oom Joris gluurde altijd voorzichtig achter het gordijn en zo zag hij alles wat er in huis gebeurde.

Op een dag kwam de postbode en die bracht een brief uit Spanje. Toen hoorde oom Joris dat ze daar een vriendin had, die daar naartoe was verhuisd. Ze schreef hoe heerlijk warm het daar was en een prachtig huis had. Tante Miep mompelde hardop wat erin stond en las het adres. Oom Joris achter het gordijn luisterde aandachtig en zag toen, hoe tante Miep de brief in de la van een kast legde.

Mijn oom dacht erover na. ‘Mmmm, warm land, in de winter ook warm! Mmm. Das niet gek. Daar zou ik ook wel willen wonen. Ik word tenslotte ook een dagje ouder. Ik heb het altijd koud.
Die middag nam Tante Miep de brief weer uit de la en legde deze naast zich op tafel. Ze ging terug schrijven. Oom Joris kwam uit zijn schuilplaats en liep brutaalweg naar de tafel en vloog met een plofje op de brief. Hij zocht het adres. Maar…je snapt wel dat tante Miep hem in de gaten kreeg. Ze vroeg wat hij daar deed in HAAR huis.

Toen vertelde oom Joris dat hij daar al een tijdje woonde en dat hij alles wist in haar huis. Ze was er helemaal ondersteboven van. En nu wilde hij naar Spanje? Naar het huis van die vriendin? ‘Ja, zei oom Joris, ‘ik moet toch onderdak hebben in Spanje! ‘Hoe wil je daar komen?’ had Tante Miep gevraagd? Mijn oom zei dat hij ging vliegen. ‘Vliegen?, dat hele eind,’ vroeg ze verschrikt, ‘Je vleugeltjes zullen versleten zijn, als je daar aankomt.’ ‘Nou, ik vlieg natuurlijk niet zelf,’ zei oom eigenwijs. ‘Ik wil mee IN de brief! De brief gaat toch met een heleboel andere brieven in een grote zak met post? En die zak met post gaat met het vliegtuig. En zo vlieg ik dan naar Spanje.

Maar tante Miep legde uit dat hij in die zak met post doodgedrukt zou worden. Maar daar geloofde oom Joris niks van. Ze kregen een heleboel ruzie met elkaar daarover. Tante Miep was erg ongerust en wilde hem niet in de brief mee laten gaan. Maar ze merkte wel dat het eigenwijze lieveheersbeestje niet van zijn plannen was af te brengen. Hij moest en zou naar Spanje.

Maar toen is er een oplossing gekomen. In het park van Groenedaal woonde de familie Gansedons. Die gingen iedere jaar met de herfst naar Afrika. Op weg daarheen vlogen ze over Spanje. Ze wilden oom Joris wel meenemen. Tante Miep schreef een brief aan haar vriendin en ze had teruggeschreven dat het goed was dat mijn oom Joris in haar huis kwam wonen.

Een paar maanden later was het zover. Op de rug van Pa Gansedons vloog hij mee. Wat zat hij daar lekker tussen die warme veren. Onderweg beleefden ze allerlei avonturen. Maar oom Joris kwam veilig in Spanje aan.

Zo, dat was het verhaal, ‘zei Jaapje.
‘Nou dat was spannend,’ zei ik, ‘en woont je oom nog steeds daar?’
‘Ik denk het wel,’ zei Jaapje, ‘ik heb een hele tijd niets meer van hem gehoord.
‘Je moet hem een brief schrijven,’ zei ik.
‘Ja je hebt gelijk tante Ans, zei Jaapje. ‘Dan weten we allebei hoe het met hem gaat.’

Brieven schrijven hoort ook bij de Leuke Dingen Dag. Nu het verhaal uit is, zijn er nog genoeg leuke dingen te bedenken. We keken naar buiten. De regen kletterde nog steeds tegen de ruiten. Maar binnen was het lekker warm bij het haardvuur. Jaapje ging die middag een brief schrijven en bracht hem toen naar de brievenbus. Daar ging hij onder zijn kleine paraplue de stromende regen in.
Toen hij terugkwam gingen we Mens Erger Je Niet spelen. We wonnen allebei een keer. We deden nog meer leuke dingen. En ’s avonds was de Leuke Dingen Dag voorbij.

(170)

Post navigation