Schaapje Daan wil niet geschoren worden

Het is lente. De zon schijnt. Alle schaapjes springen in de wei. Ze zijn blij.
De schaapjes hebben het warm. Heel erg warm Ze hebben nog hun wintervacht.

De schaapjes spelen. Af en toe puffen ze even uit. ‘Poeh, poeh, wat is het heet!’
Schaapje Daan vindt het heerlijk. Hij heeft het niet warm. Hij heeft het ook niet koud.
Schaapje Daan heeft het precies goed. Zijn vacht is lekker zacht. Hij wil hem nog lang niet kwijt.

Het wordt … Lees verder

Visje Chrisje en de visser

Visje Chrisje is oranje en op zijn staart heeft hij twee bruin stippen. Das gek! Weet je wat nog meer gek is? Visje Chrisje kan praten!

Op een dag zwemt Visje Chrisje rustig rond in het meer. Hij maakt een praatje met de diertjes in het wier en doet spelletjes met zijn vriendje Daantje Inktvis. Samen roetsen ze door het water en bluppen ze er lekker op los.

Opeens ziet Visje Chrisje een dikke vette worm in het water drijven. … Lees verder

Boris en Katinka – Bloemen uit bolletjes

Katinka en Boris gaan met mama naar het park. De zon schijnt.
Er bloeien witte sneeuwklokjes, paarse krokussen, gele anemonen en kleine blauwe druifjes.
Mama gaat op een bankje zitten. Katinka en Boris spelen.
Boris plukt een sneeuwklokje voor mama.
‘Dank je wel,’ zegt mama.
Katinka ziet een heleboel grote gele bloemen.
Ze plukt er een grote bos van. ‘Alsjeblieft, mama!’
‘Wat heb je nou gedaan!’ roept mama. ‘Je mag geen narcissen plukken!’
‘Waarom niet?’
‘Dat is jammer,’ zegt mama. … Lees verder

Nijl het Nijlpaard en Jan het Schaap

Er was eens een Nijlpaard en ze heette Nel. En Nel wilde een mannetjes-Nijlpaard om mee te ganzenborden, te korfballen, te brandblussen, te kantklossen, te bloemschikken, te skippy-ballen, te steengrillen, onder water te schaken, viool te spelen, te voetje vrijen, te vingerverven en uiteraard om mee spinazie te kotsen (een beetje een vies einde misschien, maar ja… als dat was wat Nel wou, dan heb ik daar ook niets over te zeggen).

Op een dag vond Nel dan eindelijk haar … Lees verder

Het heksje dat de sterren ving

Op een klein eilandje midden in een groot meer, woonde eens een heks. Ze woonde daar al 600 jaar, helemaal alleen. In haar toverhuisje deed ze de was en kookte ze iedere dag een lekker heksenmaaltje. ´S middags dan liep ze een rondje over haar eilandje om te kijken of alles in orde was. Tsja en ´s avonds na het avondeten oefende ze haar toverspreuken. Eigenlijk van die dingen die iedere heks zo doet.

Maar toch was er iets raars … Lees verder

De koning die maar wakker bleef

Er was eens een koning. Hij woonde in een mooi groot paleis in het midden van zijn koninkrijk. Hij had werkelijk alles wat zijn hartje begeerde. Toch was er een probleem. De koning kon niet slapen.

’s Nachts als alle mensen in het land lekker lagen te slapen, lag de koning maar wakker. Hij probeerde van alles. Warme melk, schaapjes tellen. Niets hielp. De koning was ten einde raad. Hij was zo verschrikkelijk moe, maar slapen kon hij niet.

Op … Lees verder

Muis in huis

Op het hoekje van de mat,
zat een kleine zwarte kat ( miauw 2x )
En die loerde door het gat,
en zag dat daar een muisje zat ( piep 2x)

Maar die kleine dikke muis,
bleef de hele avond thuis
En die hoorde wat geruis,
en dacht daar is het vast niet pluis

De kat zei” kom ik ga naar bed” ,
en dat hoorde het muisje net
Die had dikke pret
en at een frietje met kroket grgom … Lees verder

Het lieveheersbeestje zonder stippen

Op een blaadje kruipt een lieveheersbeestje. Hij is verdrietig.
Hij ziet er anders uit dan de andere lieveheersbeestjes.
Hij is helemaal rood. Hij heeft geen stippen.

Het lieveheersbeestje wil spelen met een vriendje dat er precies hetzelfde uit ziet.
Het lieveheersbeestje zoekt overal.
Op het blad. Onder het blad. Op de struik.
Maar alle lieveheersbeestjes hebben stippen.

‘Wil jij met mij spelen?’ vraagt hij dan maar aan een lieveheersbeestje met 3 stippen.
‘Nee , ik speel alleen met andere stipjes,’ … Lees verder

Bengeltje

Bingel, bangel, bengeltje,
jij bent heus geen engeltje.

Jij bent heus geen schattebout,
daarvoor ben je veel te stout.

Ben je dan geen engeltje,
ben je dan geen schattebout.

Ik ben wel jouw grote broer,
die omdat je zo’n bengel bent,
juist zo heel veel van je houdt.

(1460)… Lees verder

Bijtje Zoem zoekt een bloem

Bijtje Zoem vliegt in het rond.
Hij zoekt een mooie bloem. Een bloem om nectar uit te halen. Daar kan hij honing van maken.

Hij ziet veel bloemen. Bijtje Zoem kan niet kiezen.
Hij vliegt van de ene naar de andere bloem. Maar hij blijft nergens zitten.
Een bloem vindt hij te klein, de andere te groot.
Deze bloem is te dik, die te dun. Bijtje Zoem is moe.

Hij rust uit op het gras.
‘Zo, Bijtje Zoem, wat doe … Lees verder

Posts navigation