Lindewiek – Een nieuwe bewoner – deel I

door Ans van Grinsven

Op een dag ging er een praatje rond in Lindewiek en iedereen was er ondersteboven van. Er was een duif komen aanvliegen. Hij cirkelde boven de huizen en streek toen neer in het Leliepark midden in het stadje. Nu is dat natuurlijk niks bijzonders zul je denken. Overal vliegen duiven rond niet waar? Maar het geval wil dat in Lindewiek maar EEN duif woonde en dat was juffrouw Duif. Het was dus een hele belevenis dat … Lees verder

Mijn mond is een puzzel

Op een ochtend kwam er een meisje op school.
Niemand kende haar.
‘Dit is Selma’, zei de juf.
‘Vanaf nu zit ze bij ons in de klas.’
Wat een leuk meisje, dacht Mark.

In de pauze ging iedereen naar het schoolplein.
Mark wilde naar Selma toe. Maar toen hij vlakbij was, durfde hij niet meer.
Als hij zijn mond opendeed, lachte ze hem misschien uit.
De tanden onderin zijn mond waren een rommeltje.
Een gat, een tand, een gat, twee … Lees verder

Pop is zoek

Pop is verdrietig.
Ze zit stilletjes in een hoekje.
Weet je waarom ze verdrietig is?
Marloes speelt altijd met Pop.
Pop krijgt dan mooie krullen in het haar en een nieuwe jurk aan.
Soms mag Pop mee naar buiten en soms mag Pop zelfs mee naar de winkel.
Dat vindt Pop heel leuk.
Nu is het al een tijdje geleden dat Pop mee mocht met Marloes.
Weet je hoe dat komt?
Marloes heeft een knuffelbeer van haar oma gekregen.
En … Lees verder

Boefje

Er was eens een boefje,
die bedacht vaak een plannetje op zijn poefje.
Want hij zat namelijk vol kattenkwaad,
dat wist de hele straat.

Soms riep hij heel hard boe,
en verkleedde zich net als een koe.
Of hij stampte heel hard in een plas,
en maakte daarmee vlekken op de schone was.

Op school verstopte hij zich achter een jas,
zodat de juf niet wist waar hij was.
Wat hij ook deed, was zomaar iemand bellen,
om vervolgens een … Lees verder

Olliver drinkt bier

Ollie en Olliver zijn al vroeg op. Pappa en mamma slapen nog. Die zijn nog moe. Gisteravond hadden ze namelijk een feestje. Thuis. En dat kan je wel zien want op het aanrecht staan nog allemaal lege glazen. Niet alle glazen zijn helemaal leeg. In sommige glazen zit nog een restje bier of wijn.

Olliver heeft een idee; ‘Zullen we stiekem bier en wijn drinken? Dan doen we net alsof we op een feestje zijn.’ Ollie trekt een vies gezicht. … Lees verder

Een papa op wielen

‘Mama, waarom is papa nog niet thuis?’ vroeg Nina op een avond.
‘Ik weet het niet. Ik denk dat hij wat langer moest werken’, antwoordde mama.
Even later ging de telefoon. Nina zag dat haar moeder erg schrok.
‘Ik kom meteen’, zei ze angstig. Nina snapte er niets van.

Ze moest die avond bij haar tante eten, en hoefde niet op tijd naar bed.
Haar moeder kwam haar pas heel laat ophalen.
‘Wat is er met papa?’ vroeg Nina onderweg … Lees verder

Boris en Katinka – Zonder zijwieltjes

Katinka wil zonder zijwieltjes fietsen.
‘Dat is nog te moeilijk!’ zegt papa.
‘Niet!’ roept Katinka. ‘Andere kinderen kunnen het ook!’
‘Maar díe zijn al groot.’
‘Ik ben ook groot!’ Katinka strekt haar armen boven haar hoofd.
‘Goed dan.’ Papa haalt de zijwieltjes eraf.
Katinka gaat op haar fiets zitten. Maar de fiets valt om.
‘Het is echt moeilijk hoor!’ zegt papa. ‘Ik zal je helpen.’
Katinka gaat weer op haar fiets zitten en papa houdt haar vast.
Katinka fietst heel … Lees verder

Een nieuwe neus voor beer

Beer zit op de kast. Hij is niet blij. Beer is het beste berenvriendje van Pieter. Pieter ligt in het bed naast de kast. Hij slaapt. Het is nacht.
De blauwe gordijnen in de kamer van Pieter hangen een klein beetje open. Dat heeft Pieter gedaan, om naar de sterren te kijken. Net voordat hij ging slapen. Net nadat moeder naar beneden ging. Pieter knuffelde met moeder, keek naar de sterren, en pakte toen Aap van de kast, om samen … Lees verder

Er was eens een ballonnetje

Er was eens een ballonnetje,
zo rond als een tonnetje.

Die wilde graag door de lucht zweven,
maar in plaats daarvan zat hij te beven.

Hij vond het maar eng, zo hoog,
hij zat liever droog.

Met zijn rode toet,
bleef hij dus aan de grond, heel zoet.

Maar zijn buikje liep leeg,
zodat er alleen een velletje overbleef.

Nu kan hij nooit meer zweven,
maar ook niet meer beven.

(1693)… Lees verder

Schaapje Daan wil niet geschoren worden

Het is lente. De zon schijnt. Alle schaapjes springen in de wei. Ze zijn blij.
De schaapjes hebben het warm. Heel erg warm Ze hebben nog hun wintervacht.

De schaapjes spelen. Af en toe puffen ze even uit. ‘Poeh, poeh, wat is het heet!’
Schaapje Daan vindt het heerlijk. Hij heeft het niet warm. Hij heeft het ook niet koud.
Schaapje Daan heeft het precies goed. Zijn vacht is lekker zacht. Hij wil hem nog lang niet kwijt.

Het wordt … Lees verder

Posts navigation