Bengeltje

Bingel, bangel, bengeltje,
jij bent heus geen engeltje.

Jij bent heus geen schattebout,
daarvoor ben je veel te stout.

Ben je dan geen engeltje,
ben je dan geen schattebout.

Ik ben wel jouw grote broer,
die omdat je zo’n bengel bent,
juist zo heel veel van je houdt.

(95)… Lees verder

Bijtje Zoem zoekt een bloem

Bijtje Zoem vliegt in het rond.
Hij zoekt een mooie bloem. Een bloem om nectar uit te halen. Daar kan hij honing van maken.

Hij ziet veel bloemen. Bijtje Zoem kan niet kiezen.
Hij vliegt van de ene naar de andere bloem. Maar hij blijft nergens zitten.
Een bloem vindt hij te klein, de andere te groot.
Deze bloem is te dik, die te dun. Bijtje Zoem is moe.

Hij rust uit op het gras.… Lees verder

Michel uit Lindewiek

We hebben een heel aardig buurjongetje met een skelter. Michel heet hij. Michel vindt het echt fijn om bij alle buren hun zakjes op te halen en naar het schoolplein te brengen.

Van iedereen krijgt hij dan wat. Bij mij krijgt hij een zakje kersen, op nummer 23 krijgt hij een koekje. Van zijn ouders mag hij een kwartiertje langer opblijven en aan de overkant krijgt hij soms een lekkere lolly, doosjes krenten, of een … Lees verder

Japie en Knabbelaar uit Lindewiek

Ik heb een leuke geit gekocht van boer Bartjes, hier schuin tegenover, die loopt nu onder de perenbomen en zorgt ervoor dat het gras niet al te lang wordt. Als ik naar buiten ga, komt hij me goedendag wensen en knabbelt hij gaatjes in mijn rok. Hij kan het maar niet laten, dus noem ik hem ‘Knabbelaar’.

En Knabbelaar kan praten. Echt waar. Heb je wel eens gehoord van een pratende geit? Nou ik heb … Lees verder

Op bezoek in Lindewiek

Ik had mijn tante Henriette al een paar maandjes niet gezien, dus het werd weer eens tijd om haar op te zoeken. Misschien dat ik weer een aardig verhaal te horen zou krijgen.

En zo reisde ik met het boemeltreintje naar Lindewiek. Een uurtje later stapte ik uit op het gezellige stationnetje en liep naar de Merellaan waar tante woont. Nou, dat werd een hartelijke ontvangst. Ik ben haar lievelingsnicht moet je weten en dat … Lees verder

Boris en Katinka – Ziekenmoeders

Katinka en Boris spelen met de trein. Plotseling begint Boris te huilen.
‘Zit jij Boris te plagen?’ vraagt mama.
‘Nee,’ zegt Katinka.
‘Heb je dan iets afgepakt?’
‘Nee!’
‘Waarom huilt Boris dan?’ vraagt mama.
‘Ik denk dat Boris ziek is,’ zegt Katinka.
‘Echt waar?’ schrikt mama. Ze neemt Boris op schoot. Hij voelt warm.
Katinka heeft gelijk. Boris is ziek! En als je ziek bent, ben je te moe om te spelen. Dan moet je … Lees verder

Eske en Irmgard gaan weer naar huis

Als Eske wakker wordt voelt ze zich nog steeds niet fijn. Ze kijkt naar Irmgard. Zij is ook al wakker. Eske ziet dat ze huilt. ‘Zullen we naar huis gaan? Ik mis Paul en zijn gepest,’ vertelt Irmgard. ‘Ik dacht dat jij geen heimwee had,’ zegt Eske. Ze is blij dat Irmgard ook naar huis wil. Misschien is het in Snoepjesstad wel te leuk.

Ze nemen afscheid van alle kinderen en de juf. Ze vertrekken … Lees verder

Paardrijden in Snoepjesstad

De volgende morgen denkt Eske niet meer aan het vervelende gevoel. Ze gaan paardrijden.

Eske wil al heel lang op paardrijles. Het mag nooit, want haar moeder vindt het veel te duur. Irmgard heeft wel les. Ze kan het al heel goed. Irmgard zoekt voor Eske een rustig klein paard uit. Hij is heel lief. Alleen het erop komen is een beetje moeilijk. Jeroen geeft een zadel aan Eske en dan gaat het beter. Ze … Lees verder

In Snoepjesstad moet je niets

De volgende morgen. Eske en Irmgard worden naast elkaar wakker. ‘Heb jij ook zo lekker geslapen?’ vraagt Eske. ‘Ja, heerlijk,’ zegt Irmgard. ‘Geen geplaag en geroep.’

Van alle kanten klinkt ‘Hoi’ en ‘Goedemorgen’. ‘Wie wil er kokosbrood?’ vraagt Jeroen. Hij krijgt geen antwoord.

De Juf komt eraan, ze vraagt met een lieve stem: ‘Komen jullie vandaag naar school, of hebben jullie andere plannen?’ De kinderen beloven dat ze er over na zullen denken. Als ze … Lees verder

Eske en Irmgard in Snoepjessta

Vlakbij het huis van Eske is een bushalte. Het is een toverbushalte. De bus gaat alleen naar Snoepjesstad. Volwassenen kunnen de halte niet zien. Alleen kinderen. Ze moeten op een bel drukken. Dan komt de bus. Hij rijdt niet naar Snoepjesstad, nee, hij is er in een flits.

Eske en Irmgard hebben ‘s morgens heel vroeg bij de bushalte afgesproken. Als iedereen nog slaapt. Nu is het zover. Ze gaan vertrekken. Eske drukt op de … Lees verder

Posts navigation