Een regendag in Lindewiek

Op een ochtend werd ik wakker. Het regende pijpensteeltjes. Even later werd er op mijn slaapkamerdeur geklopt. Jaapje kwam me verrassen met een heerlijk ontbijtje op bed. Als het regende, gaan we altijd een Leuke Dingen Dag houden. Dus Jaapje wilde weten wat we die dag gingen doen aan leuke dingen.

‘Hmmm’, zei ik, ‘Het voelt een beetje fris aan, is het niet?’ Jaapje knikte. Jaapje schonk een kopje thee in en ik at mijn boterhammetjes met kersenjam. ‘Hmmm,’zei ik. … Lees verder

Eieren zoeken

Met Pasen verf ik een ei,
blauw, want dat is een lievelingskleur van mij.
Maar ook rood, groen en geel,
ik verf er echt heel veel.
En zijn ze klaar,
ik weet, het klink wat raar.
Dan verstop ik ze in het bos,
tussen de struiken en het mos.
Dan roep ik mijn vader en moeder en broer en zus,
die gaan de eieren dan zoeken, dat is een hele klus.
En wie de meest eieren vindt,
die wint!

(265)… Lees verder

Kletsnat

Rob speelt buiten met zijn vriendjes.
Ze rennen elkaar achterna, met een supergroot waterpistool.
Als het water op is, hollen ze bij Rob naar binnen om hun waterpistool te vullen.
Tot mama zegt: ‘nu is het genoeg! Het hele huis is kletsnat. Dit is de laatste keer!’
Daar gaan ze weer!
Rob spuit Jasper nat, Thomas mikt op Wim, en Remco en Marc richten op elkaar.
Hun jassen zijn kletsnat!
Het water druppelt uit hun haren.
Hun voeten soppen in … Lees verder

De torens van Nederland

‘Het is niet eerlijk,’ zeiden de torens van Nederland tegen elkaar. ‘Iedereen is met vakantie geweest. De kinderen, de meesters en juffen, de melkboeren, de fietsenmakers en de glazenwassers. Niemand bleef thuis. Alleen de ijsjesman, maar die gaat in de winter op vakantie.

En wij? Wij staan altijd maar op dezelfde plaats. Het is niet eerlijk. ‘Ik wil wel eens iets anders zien dan koeien en gras,’ riep een bijdehand torentje ergens uit de polder. ‘En ik ben uitgekeken op … Lees verder

De paashaas

Ze noemen hem de Paashaas,
hij heet geen Jan, Piet of Klaas.
Niemand weet hoe hij echt heet,
gek toch, dat niemand weet.
Wie weet is zijn voornaam Paas,
en achternaam Haas.
Maar ik blijf zoeken,
in alle boeken.
Net zo lang todat ik weet,
hoe de Paashaas werkelijk heet

(379)

De piloten

Jaap speelt buiten met zijn vriendje Joost, het is woensdagmiddag en zo warm dat zij niet eens een jas aan hoeven van hun mamma’s.

Jaap en Joost hebben allebei een mooie stoere fiets, of nee de fietsen zijn hun straaljagers en Jaap en Joost zijn straaljagerpiloten. De hele middag vliegen ze door de straat, en met een scherpe bocht de steeg in, oei, pas op nog een bocht en zo de straat weer in.

Maar dan roept Jaap’s mamma dat … Lees verder

Zeven varkentjes gaan naar de dierentuin

Er waren eens zeven varkentjes in een wei. Die konden door de spijlen van het hek op de weg kijken. En daar was heel wat te zien, want het was een drukke straat.

Aan de overkant van de weg was een plankje op de stam van een boom gespijkerd, een plankje met daarop -naar de speeltuin-. Een pijl wees aan welke kant je op moest lopen. Er gingen veel mensen die kant uit, vooral in de vakantie. Vaders, moeders en … Lees verder

De drie nietsnutten

Er waren eens drie vrienden die van pret maken hielden: een mug, een krekel en een bromvlieg. Aan werken hadden ze een gruwelijke hekel, alle drie. Ze vonden het gewoon onzin om je zo uit te sloven als bijvoorbeeld de bij en de mier. De drie vrienden deden de hele dag niets anders dan zich vermaken. De mug danste onder de bomen. De krekel sjirpte in het gras en de bromvlieg gonsde in de zonneschijn.

‘Het is een schande,’ zei … Lees verder

Pukske en de verdwaalde aap

Op een zonnige dag liep Pukske wat door het kabouterbos te wandelen. Pukske was aan het mijmeren wat hij weer eens zou gaan doen vandaag. Plots werd Pukske opgeschrikt door een zeer raar gekrijs dat hij beslist niet thuis kon brengen. Pukske keek om zich heen, maar kon zo snel niet ontdekken wat of wie het was. Auw auw, wat was dat nou? Een lading eikels was op zijn kabouter-bolleke terechtgekomen.

Onze Puk keek vol verbazing naar boven. Wat is … Lees verder

Kortstaartje

Ik ben een muis en ik heet Kortstaartje. Wat een rare naam hè? Vroeger heette ik geen Kortstaartje hoor. Toen heette ik Langstaartje, omdat ik de langste staart had van allemaal. Zal ik eens vertellen waarom ik nu Kortstaartje heet? Dat is een heel verhaal. Luister maar.

Ik woon in een winkel, in de winkel van een kruidenier. Nee, natuurlijk niet in de winkel zelf! Daar zouden de mensen me zien en dan zouden ze me vast en zeker vangen. … Lees verder

Posts navigation