Pukske en de verdwaalde aap

Op een zonnige dag liep Pukske wat door het kabouterbos te wandelen. Pukske was aan het mijmeren wat hij weer eens zou gaan doen vandaag. Plots werd Pukske opgeschrikt door een zeer raar gekrijs dat hij beslist niet thuis kon brengen. Pukske keek om zich heen, maar kon zo snel niet ontdekken wat of wie het was. Auw auw, wat was dat nou? Een lading eikels was op zijn kabouter-bolleke terechtgekomen.

Onze Puk keek vol verbazing naar boven. Wat is … Lees verder

Kortstaartje

Ik ben een muis en ik heet Kortstaartje. Wat een rare naam hè? Vroeger heette ik geen Kortstaartje hoor. Toen heette ik Langstaartje, omdat ik de langste staart had van allemaal. Zal ik eens vertellen waarom ik nu Kortstaartje heet? Dat is een heel verhaal. Luister maar.

Ik woon in een winkel, in de winkel van een kruidenier. Nee, natuurlijk niet in de winkel zelf! Daar zouden de mensen me zien en dan zouden ze me vast en zeker vangen. … Lees verder

Bastiaan Big en zijn staart

‘Ik wil niet meer naar school!’ roept Bastiaan Big.
‘Iedereen plaagt me omdat ik geen krul in mijn staart heb, zoals de andere varkens.
Mamma Big zucht. ‘Tja, er zit inderdaad geen krul in je staart. Maar ik weet ook niet wat we er aan moeten doen.
Weet je wat, we gaan naar de dokter. Misschien kan die je helpen.
Dokter Hond onderzoekt de staart van Bastiaan van alle kanten.
‘Hmm, merkwaardig, wat vreemd,’ mompelt hij. ‘Dit heb ik nog … Lees verder

Waarom Februari 28 dagen heeft

‘Als daar maar geen ruzie van komt,’ zei moeder Jaar met een diepe zucht. Ze had precies driehonderd vijfenzestig dagen om te verdelen onder haar twaalf kinderen: Januari, Februari, Maart, April en de ander van de twaalf maanden. Moeder Jaar wilde het graag zo eerlijk mogelijk doen. Maar wat was dat moeilijk!

Driehonderd vijfenzestig is zo’n raar getal. Als ze elk van haar kinderen dertig dagen gaf, dan hield ze vijf dagen over. En als ze elke maand éénendertig dagen … Lees verder

De Toverpoef

In de kamer bij Opa Koos staat een poef. En dat is niet zomaar een poef. Opa Koos zegt namelijk dat het toverpoef is. Je mag er ook niet zomaar op gaan zitten. Dat mag alleen als het een bijzondere dag is. Bijvoorbeeld op je verjaardag, of met Kerst of als je verdrietig bent of zomaar omdat Opa Koos vindt dat het een bijzondere dag is.

Iedere keer als ik bij Opa Koos ben dan kan ik het niet laten … Lees verder

Daantje zou naar school toe gaan

Daantje zou naar school toe gaan,
maar hij bleef voortdurend staan.
Hier te kijken, daar te turen.
En het zou niet lang meer duren
of de klok zou 9 slaan.
Jongen jongen stap toch aan.

Daantje bleef te lang op straat.
Daantje kwam op school te laat.
Daarom moest hij s middags blijven,
en een hele lei vol schrijven.
Anderen speelden, Daantje niet.
Jongen jongen wat verdriet

(648)

Klein Kleutertje

Een heel klein kleutertje van drie jaar oud.
Die liep eens van zijn moeder weg, maar dat was stout.

Hij nam een grote appel mee, en ook een stukje brood.
Hij zei ik ga de wereld in, ik ben al groot.

Maar toen kwam daar meneer agent, die zei wat doe je hier.
Ik breng je naar je moeder terug, met veel plezier.

(516)

Diederik heeft knikkers in zijn neus

Diederik en Maartje zijn aan het knikkeren.
Ze hebben hele mooie knikkers. Rode en blauwe en groene.
Ze proberen de knikkers in het potje te rollen.
Dat is heel moeilijk, maar soms lukt het.
Maartje is heel goed in knikkeren. Ze wint steeds.
Dat vindt Diederik niet leuk. Diederik verveelt zich.

Dan verstopt Diederik zich achter een boom.
Uit zijn zak haalt hij twee blauwe knikkers.
Hij stopt ze in zijn neus. De knikkers passen precies.
Diederik loopt naar Maartje, … Lees verder

Rode Appels

Zie de rode appels hangen,
aan een boompje tussen het groen.
Mocht ik er maar eentje vangen,
of een enkel wensje doen.

Maar de appels bleven hangen,
naar beneden kwam geen één.
Ze lachten met hun rode wangen,
door de groene bladeren heen.

Toen is Jan de Wind gekomen,
heeft gewaaid voor het lieve kind.
Schudde de appels van de bomen,
dank u wel Meneer de Wind.

(645)

Liesje

Liesje ik zal je sleeën gaan,
langs het witte paadje.
Met je warme wandjes aan,
en de muts van ma-tje.

Ikke zal jouw paardje zijn,
en zal heel hard lopen.
En dan gaan wij strakjes fijn,
lekkere koekjes kopen.

(348)

Posts navigation