De Vuurvliegjes

 

Ewan, Izon, Aren en de anderen vliegen door het bos, ze vervelen zich. Ze kijken naar de andere dieren, wat zij aan het spelen zijn.
De konijntjes spelen verstoppertje en de vogels ook. Even verderop zijn ook de egels verstoppertje aan het spelen.

Aren, Izon en Ewan willen ook verstoppertje spelen, dan vervelen ze zich niet meer. Al snel merken ze dat het niet gaat. Vuurvliegjes kunnen niet verstoppen, ze geven licht. Als Izon zich achter een boom verstopt, kun je aan het licht zien dat hij daar zit. Als Ewan achter een struik gaat zitten, zie je zelfs door de struik heen door het licht. De vuurvliegjes vinden het niet leuk. Alle dieren kunnen verstoppertje doen, behalve zij.

‘Misschien kunnen we blaadjes om onze lichtjes binden zodat je ze niet meer kunt zien?’ zegt Aren. Ze gaan het proberen. Als ze hard weg vliegen om zich te verstoppen, gaan de blaadjes los. Het werkt niet.

‘Kunnen we onze lichtjes uitmaken?’ vraagt een van de andere vuurvliegjes. Dat vinden ze een goed idee. Door hard met de lichtjes tegen elkaar aan te botsen, gaan de lichtjes uit. Nu kunnen ze verstoppertje spelen en zich verstoppen achter bomen en struiken. Ze vervelen zich de hele avond niet meer.

Het wordt donker, de vuurvliegjes stoppen met verstoppertje spelen. ‘Allemaal naar de grote eik!’ roept Izon. Alle vuurvliegjes gaan naar de grote eik maar onderweg botsen ze tegen elkaar aan. De vuurvliegjes zijn gewend dat ze elkaar kunnen zien aan de lichtjes, nu zien ze elkaar niet, daardoor botsen ze. Het duurt lang voor alle vuurvliegjes bij de eik zijn. Sommigen moeten huilen, ze hebben zich zeer gedaan bij een botsing.. Anderen wrijven over hun hoofd of billen.

‘Waarom heten we nu nog vuurvliegjes als we geen licht meer hebben?’ zegt Ewan ‘Nu kunnen we ook wel anders heten.’ Dat vinden de andere vuurvliegjes ook en ze gaan praten over een andere naam. Vliegjes kan niet, die zijn er al weet Ewan. ‘Vliegers kan ook niet, die hebben mensen.’ zegt Izon. Een ander vuurvliegje roept ‘Borzels, dat vind ik wel mooi.’ ,maar de anderen vinden dat niets. De vuurvliegjes maken ruzie over een nieuwe naam, ze worden boos op elkaar.

‘Ik vind het helemaal niet leuk zo’ zegt Izon. ‘Ik wil liever mijn lichtje terug en vuurvliegje heten. Dan kunnen we weer lichtje-tik doen en botsen we niet meer. Kunnen we er niet mee stoppen?’ Alle andere vuurvliegjes zijn stil van dit plan. Ze vinden het ook niet leuk meer. Ze gaan elkaars lichtje maken en lichtje-tik spelen.
Zonder lichtje is het niet leuk, ze willen zichzelf zijn, allemaal vuurvliegjes.

(417)

Post navigation