Namaak opa en oma

 

Maaike en Tom logeren samen bij opa en oma. O, wat is het daar fijn! Oma gaat vaak met ze wandelen en winkelen, en soms gaan ze met oma in de tram.

Opa brengt mooie potloden mee en voorleesboekjes van school. Ja, want opa gaat elke dag op de fiets naar school. Natuurlijk zit opa niet zelf op school, maar hij is de baas van de hele school! Vanmiddag blijft opa thuis, want het is woensdag. Dan hebben de schoolkinderen vrij, en opa ook.

Opa en oma gaan een dutje doen. ‘Nu moeten jullie maar zoet samen spelen,’ heeft oma gezegd. ‘Over een halfuurtje zijn we weer beneden.’ Maaike en Tom hebben eerst samen plaatjes gekeken, en toen met de knopendoos. Maar nu weten ze niet meer wat ze zullen gaan doen. Een half uur duurt lang. Is het nu nog niet om?

‘Weet je wat’ zegt Tom, ‘we spelen dat we opa en oma zijn.’ Hij pakt opa’s tas van het bureau, en houdt die deftig onder zijn arm. Hij haalt opa’s hoed uit de gang, en zet die op. Nu de grote leren handschoenen nog, dan is hij opa! Maaike trekt oma’s gebreide vest aan, en zet oma’s bril op. Ze stappen gearmd door de kamer, met heel deftige gezichten.

‘We gaan naar buiten,’ zegt Tom. ‘O ja, dat mag best van oma!’ Nu wandelen ze samen in het laantje, op en oma, keurig gearmd. De hoed zakt over Toms ogen, en de mouwen van het zwarte veest slobberen over Toms ogen, en de mouwen van het zwarte vest slobberen over Maaike’s handen. Alle mensen die voorbijkomen, moeten erom lachen! O jee, nu laat Tom de zware tas uit zijn handen glippen. Er vallen wel zes schriften uit. Maaike en Tom proberen ze gauw bij elkaar te grabbelen, maar nu valt er nog een boek uit ook. Een boek met een mooie glimmende kaft. Er wordt hard op het raam getikt.

Verschrikt kijken Maaike en Tom op. Daar staat opa! Hij tikt op het raam. O, wat kijkt opa boos! Oma komt al hard uit het hekje lopen. Ze trekt Maaike en Tom mee aan haar hand. ‘Stoute kinderen,’ moppert ze, ‘kan ik jullie dan geen half uur alleen laten? Kijk nu toch eens aan, opa’s schriften zijn helemaal verkreukeld en vies geworden!’ En dan moeten de namaak-opa en en de namaak-oma voor straf een hele poos op een keukenstoel zitten, heel stil. Net zolang tot de echte oma en opa niet boos meer zijn.

(36)

Post navigation