Brannie is verdwaald

Katinka, Boris en papa gaan naar het park. Ze komen langs de glijbaan. Mogen we hier even spelen? vraagt Katinka. Dat is goed. Poes! wijst Boris. Poes! Het is Brannie. Ze is met hun meegekomen. Maar Brannie gaat niet van de glijbaan. Brannie speelt in de struiken.

Zullen we weer verdergaan? vraagt papa. Ze gaan helemaal naar de andere kant van het park. En Brannie gaat mee. Dan komt er een meneer met een grote hond. De hond blaft tegen … Lees verder

Het vreemde vriendinnetje

Ergens, heel ver hier vandaan,is het grote dierenbos. Het ligt dicht bij een hele grote zee. In het bos wonen Lizzy beer en Bobby beer met vader en moeder beer. Natuurlijk wonen ze er niet alleen. Er wonen nog meer dieren: leeuwen, tijgers, wolven en apen. Alle dieren zijn vriendjes van elkaar. Lizzy is het vriendje van Lotje aap. Bobby is het vriendje van Leo leeuw. Ze hebben altijd dolle pret samen. Verstoppertje spelen, dat is het leukste spelletje.

Op … Lees verder

Morgen ben ik jarig

Morgen ben ik jarig.
Dan wordt ik 6 jaar.
Ik ga trakteren op school en ik krijg cadeautjes.
Ik heb een nieuwe fiets gevraagd. Misschien krijg ik die wel.
Of misschien een nieuwe bal. Ik weet het niet.

Morgen ben ik jarig.
Ik bel even opa en oma op.
Of ze morgen nog wel komen, misschien zijn ze het vergeten.
Welk cadeautje zouden zij meebrengen?
Misschien krijg ik wel euro’s, dan kan ik zelf iets uitzoeken!

Morgen ben ik jarig.… Lees verder

Koentje Koekenbakker bakt een koek

Er was eens een Koekenbakker en zijn naam was Koentje. Koentje Koekenbakker kon hele lekkere koeken bakken. Koeken met nootjes, koeken met chocola en koeken met slagroom. In het hele land stond Koentje bekend om zijn koeken. Iedereen was dol op Koentjes koeken. Koentje stond ´s morgens heel vroeg op. En terwijl iedereen nog lag te slapen was Koentje alweer heerlijke koeken aan het bakken. Eerst het meel goed kneden en dan de nootjes en als dat klaar was schoof … Lees verder

De schoenen uit de Dennenlaan

In een huis aan de Dennenlaan
zijn de schoenen op stap gegaan.
En weet je waarom?

De familie is uit, naar Bergen aan Zee.
Een heleboel schoenen mochten mee,
maar een paar schoenen niet,
en die hebben verdriet.

De hele deftige van mam,
de zondagse van kleine Bram,
de kaplaarzen van Annebel
en de pantoffeltjes van Nel.

In dat huis aan de Dennenlaan
zijn de schoenen toen stilletjes weggegaan.
En weet je waarheen?

Ze liepen de trap af
en gingen … Lees verder

Beer wil een nieuwe neus

Beer zit op de kast. Hij is niet blij. Beer is het beste berenvriendje van Pieter. Pieter ligt in het bed naast de kast. Hij slaapt. Het is nacht.
De blauwe gordijnen in de kamer van Pieter hangen een klein beetje open. Dat heeft Pieter gedaan, om naar de sterren te kijken. Net voordat hij ging slapen. Net nadat moeder naar beneden ging. Pieter knuffelde met moeder, keek naar de sterren, en pakte toen Aap van de kast, om samen … Lees verder

De bloemetjes buiten zetten

Ik kan me nog precies de dag herinneren, waarop ik met kleren aan in bed heb gelegen. Het was op een dinsdag. De dag waarop mijn moeder altijd het huis ondersteboven haalde voor de wekelijkse schoonmaakbeurt. Vaak speelde ik met mijn vriendjes op de rommelhoop. Dat noemden wij zo, omdat er allemaal afvalhout lag, waar je geweldige hutten van kon maken. Helaas grensde de rommelhoop aan de tuin van een boze buurman.

Op een die dinsdag besloten we een nieuwe … Lees verder

De vriendin van de koningin

In Amsterdam
woont een madam,
ze is zo vrees’lijk sjiek.

Ze heeft veel sproetjes
en draagt vaak hoedjes.
De vrouw is erg klassiek.

Ze woont in Zuid
en ze gaat vaak uit
naar het concertgebouw

of naar een jubeleum
van een bekend museum.
Een echte sjieke vrouw!

Ze draagt vaak bont
en zegt nooit: kont,
ze zegt nog liever bibs.

En als men boert
wordt ze beroerd
en ook een beetje pips.

Ze is vriendin
van de koningin,
dat maakt … Lees verder

Nel de nijlpaardin

Er was eens een Nijlpaard en ze heette Nel. En Nel wilde een mannetjes-Nijlpaard om mee te ganzenborden, te korfballen, te brandblussen, te kantklossen, te bloemschikken, te skippy-ballen, te steengrillen, onder water te schaken, viool te spelen, te voetje vrijen, te vingerverven en uiteraard om mee spinazie te kotsen (een beetje een vies einde misschien, maar ja… als dat was wat Nel wou, dan heb ik daar ook niets over te zeggen).
Op een dag vond Nel dan eindelijk haar … Lees verder

Zomaar bellen

Het regen pijpenstelen. Lila en Blue vervelen zich en zitten op de bank. ‘Wat gaan we doen?’ vraagt Lila. Blue haalt zijn schouders op. Hij zit verveelt met de veter van zijn schoen te spelen.
‘Zullen we gaan bellen?’ vraagt Lila. ‘Ja leuk,’ zegt Blue, ‘maar wie?’ ‘Zomaar iemand,’ zegt Lila. Lila en Blue lopen naar de telefoon. ‘Mag ik eerst?’ vraagt Lila. Dat vindt Blue goed. Lila drukt wat knopjes van de telefoon in en wacht. ‘Met mevrouw Haring,’ … Lees verder

Posts navigation