Zwemles

Het was weer zaterdag. Jan moest weer naar zwemles. Hij had helemaal geen zin. Hij zat al in de laatste groep en dan zou hij mogen afzwemmen. Het lukte alleen allemaal niet zo. Hij moest door een gat heen duiken en dat wilde allemaal niet. Je moest dan heel diep duiken en dan moest je door het gat heen. Eigenlijk vond Jan het een beetje eng.

Deze keer liep Jan weer met zijn broek en schoentjes en t-shirt aan naar het bad. Het grote groene gevaarte hing in de lucht. Dat was een doek met een gat erin waar hij doorheen moest duiken. Gelukkig gingen ze altijd eerst gewoon zwemmen en op de rug en crawlen. Daar had Jan veel plezier in en de badjuf zei ook dat hij dat heel goed kon.

Hij was bijna weer vergeten dat ze door het gat heen moesten duiken, toen hij het grote groene doek naar beneden zag komen. Hij begon een beetje te trillen en eigenlijk moest hij naar het toilet. De juf kwam naast de kinderen staan die moesten duiken.

Er waren nog 4 kinderen voor Jan. Jan dacht: ‘Zal ik toch nog maar even naar het toilet gaan?’ Het volgende kindje mocht duiken, nog maar drie voor hem. Angstig keek Jan naar zijn moeder, die in de kantine zat. Ze keek hem lief aan. Nadat de drie voor hem gedoken hadden moest hij. Hij keek even angstig naar de badjuf. Ze hielp hem zodat hij op de goede manier stond om te duiken.

Toen dook hij. Hij zag het gat en zwom erheen. Zonder erbij na te denken Zwom hij zo door het gat heen! Toen hij weer boven kwam, stond de badjuf te klappen. Hij keek naar zijn moeder en die keek heel trots. Hij was zelf ook heel blij. Nu was Jan niet bang meer. Hij moest nog een paar keer door het gat heen duiken en nu ging het wel goed! Hij vond het nu zelfs leuk!

Aan het eind van de les moest hij even bij de badjuf komen. De badjuf gaf Jan een blaadje waarop stond: ‘Je mag proefzwemmen voor je A-diploma!’

Trots liep hij met het blaadje naar zijn moeder en hij kreeg de grootste knuffel die hij zich maar kon wensen.

Post navigation