Danny en zijn konijn

 

Danny heeft een zwart konijn gekregen. Het zit in een groene kooi in de tuin en eet de hele dag gras. Zijn vriendje Peppo en hij vinden het konijntje schattig. Danny gaat op zijn hurken zitten om naar het konijn te kijken. Hij steekt zijn vinger door het gaas en maakt geluidjes naar het konijn, ‘titi titi, toetie poeti.’

Dannny gaat naar binnen en komt even later terug met een klein schijfje banaan en een schijfje appel. Hij gooit beide door het gaas het hok in. Het konijn smikkelt alles smakelijk op. Mmm, wat was dat lekker zeg, nu wil hij wat drinken. Danny zijn vader heeft een fles met water vastgemaakt aan het gaas van zijn hok. Het konijn drinkt nu uit de fles. Hij heeft dorst gekregen van al het eten.

‘Ik wil ook een konijn,’ zegt Peppo. Vanavond vraag ik aan mijn moeder en vader of ik er ook een mag. Dan kunnen ze af en toe samen spelen. En als ik een keer weg moet, kun jij op mijn konijn passen. En als jij een keer weg moet, pas ik op jouw konijn.’ ‘O, dat is een heel goed idee!’ zegt Danny. ‘Je bedoelt zoals onze moeders dat ook doen. Wanneer jouw moeder weg moet, past mijn moeder op ons. En wanneer mijn moeder weg moet, past jouw moeder op ons.’ ‘Ja, net als onze moeders,’ zegt Peppo en kijkt er erg gewichtig bij.

‘Zullen we een naam bedenken voor jouw en mijn konijn?’ vraagt Danny. Peppo denkt diep na. Hij vindt het moeilijk. Hij fronst, daardoor komt er een rimpel precies in het midden van zijn voorhoofd. ‘Ik weet het, ik weet het!’ gilt Danny. ‘We noemen mijn konijn Taiti en jouw konijn Rojo!’ ‘Rojo?’ zegt Peppo zacht. Hij vindt Taiti een leuke naam, maar Rojo? ‘Ik wil zelf nadenken over een naam voor mijn konijn. Mijn moeder heeft toch ook zelf mijn naam bedacht. En jouw moeder heeft zelf jouw naam bedacht. Dus jij bedenkt de naam van jouw konijn en ik bedenk de naam van mijn konijn, goed?’ Danny heeft helemaal niets gehoord van wat Peppo net zei. Hij vindt het veel te geweldig dat hij een naam voor zijn konijn heeft.

‘Taiti, Taiti,’ roept hij naar zijn konijn. ‘Je krijgt een vriendje en die heet Rojo!’ Maar Taiti reageert niet. Hij schrikt van zoveel geschreeuw en rent naar de achterkant van zijn hok. Hij denkt, wat zijn dít voor rare mensjes, die zoveel lawaai maken bij mijn hok? Danny schreeuwt zo hard dat hij helemaal schor is geworden. Zijn moeder komt naar buiten rennen en vraagt, ‘wat is er aan de hand, Danny?’

Danny kijkt lachend om en zegt, ‘niets mamma, maar Taiti wil niet luisteren.’ ‘Taiti? Wie is Taiti?’ vraagt zijn moeder en kijkt of behalve Danny en Peppo nog iemand anders in de tuin is. ‘Mijn konijhijn!’ Zijn moeder snapt er ook niets van! ‘O,’ zegt zijn moeder. ‘Heet hij Taiti, leuk! Maar ik denk dat Taiti nu wil slapen. Jullie willen vast een grote beker limonade, of niet?’ ‘Jaaa!’ roepen Danny en Peppo in koor en rennen naar binnen om hun grote beker limondade te halen. Ze krijgen er ook een rietje bij. Taiti slaakt een zucht van verlichting – hè, hè, eindelijk zijn de twee schreeuwlelijkerds weg. Kan hij rustig gras eten.

(163)

Post navigation