De muizen in de molen

 

In de stad staat een molen. De molenaar maalt het meel, dat in zware zakken wordt gedaan. Meel wordt gemaakt van maïs, van rogge en van haver. In de molen is ook een winkeltje. Daar kun je het meel kopen. Je kunt er brood van bakken.

Onder het winkeltje woont Piep de muis. Hij heeft een gezellig holletje onder de grond. Daar woont hij samen met zijn vrouwtje Sara en hun drie kindertjes. Nu moet je weten dat muizen nachtdieren zijn. Ze slapen overdag en ’s nachts gaan ze op pad om eten te zoeken. Dus gaat Piep er vaak ’s nachts op uit. Sara zorgt dan voor de kleine muisjes. Meestal gaat dat heel goed. Maar… het gaat ook wel eens fout!

Op een nacht moet Piep weer weg. Hij neemt afscheid van zijn vrouw en kinderen. “Dag pappa, dààààg. Tot straks,” roepen de kleine muisjes. Ze zwaaien hem na tot hij niet meer te zien is. Het is erg donker in de molen. Er brandt geen enkel lampje. Alleen de lichten van de lantaarnpalen buiten, vallen door de kleine raampjes naar binnen. Piep heeft hele goede ogen, waarmee hij prima in het donker kan zien. Trouwens, hij kent de weg in de molen op zijn duimpje. Hij woont er al heel lang.

De molen heeft een heleboel kamers boven elkaar. Zo’n kamer wordt een zolder genoemd. Elke zolder heeft een andere naam: het zakkenzoldertje, waar de meelzakken goed uitgeklopt worden, de graanzolder en de maalzolder, waar het graan gemalen wordt. Piep zoekt elke kamer af naar eten. Langs de kamers loopt een lang touw. Met dat touw kan de molenaar de zakken meel omhoog en omlaag laten gaan. Dat is handig, want dan hoeft hij niet zoveel te sjouwen.

De muis kruipt langs het touw naar boven, van kamer naar kamer. “Zo, nu ben ik op de maalzolder,” mompelt Piep. Op deze zolder staan drie maalstenen. Dat zijn hele grote ronde stenen, waartussen het graan wordt fijngemalen. De muis staat op de rand van een maalsteen te snuffelen naar iets lekkers. Opeens… daar beneden op de grond staat een grote zak. Hij knijpt zijn ogen tot spleetjes. Ik denk dat er haver in de zak zit. Hij snuift eens diep. Ja hoor, dat is haver. Oh dat is fijn, daar kan Sara met wat melk en suiker heerlijke havermoutpap voor de kinderen van maken. Zelf vindt hij de pap ook erg lekker. “Daar neem ik wat van mee,” piept hij hardop.

Maar… Piep kijkt niet goed uit. Hij verliest zijn evenwicht en valt pardoes in de zak met haver. “Plof!” Oh jee, wat nu? De muis is erg geschrokken. In paniek slaat hij met zijn pootjes in de haver. Daardoor zakt hij steeds dieper weg in de zak. Hij heeft zich helemaal ingegraven in de haver en kan er niet meer uit. “Zou ik hier nu altijd moeten blijven?” piept hij zachtjes.

Sara zit thuis op Piep te wachten. Ze is ongerust, want het duurt deze keer wel erg lang voordat hij thuis is. Het begint al licht te worden. Het is niets voor hem zo laat terug te zijn. Ze besluit hem te gaan zoeken. “Jongens, ik ga pappa zoeken. Hij is zo laat, er is vast iets gebeurd. Thomas, jij bent de oudste. Jij moet op je kleine broertjes passen, terwijl ik weg ben.” ” Oh, dat kan ik best hoor,” zegt Thomas dapper. “Ga jij maar zoeken. Wij wachten op je .” “Geen kattekwaad uithalen, jongens. Tot gauw!” Sara geeft haar kinderen een zoen en gaat op onderzoek uit. Ze zoekt overal: in het winkeltje, op de zakkenzolder, de graanzolder. Langs het touw klimt ze omhoog en zo komt ze op de maalzolder. Ze moet extra voorzichtig zijn, omdat het al licht is. De molenaar is vast al op. Bij één van de maalstenen staat een zak met haver. Sara klimt op de maalsteen en kijkt in de zak. Niks te zien. Waar hangt ie nou toch uit? denkt ze.

Opeens krijgt het muisje een idee. Als ze nou eens heel hard zou piepen? Misschien hoort het andere muisje haar dan wel. “Piep-pieieiep,” roept ze. “..iep,” hoort Sara heel zachtjes als antwoord. Ze schrikt. Het geluid komt uit de haverzak. Sara springt op de grond. Oh jeetje, Piep is in de zak gevallen. Hoe krijg ik hem daar nu weer uit? Het vrouwtje sluipt naar de zak en begint er met haar scherpe tanden een gat in te knagen. Langzaam wordt het gat groter en groter… De haver komt door het gat naar buiten, steeds meer haver… Het meel bedekt de vloer. Oh kijk, kijk… daar is Piep! Hij is helemaal wit van het meel. Hoestend en proestend stapt hij uit de haver. “Oh Piep, ik ben zó blij dat ik je gevonden heb,” roept ze. Ze omhelst hem stevig met haar voorpootjes. “Wat goed dat je me bent gaan zoeken,” zegt Piep. “Ik was ècht niet alleen uit die zak gekomen!”

Ze nemen wat van de haver mee naar huis. De drie kleine muisjes juichen als ze hun ouders weer zien. “Pappa, mamma…,” roepen ze blij. Die avond vieren ze feest. Ze eten hun buikjes rond met havermoutpap. Hmmmmm!

De molenaar kijkt heel verbaasd als hij de maalzolder opkomt. “Wat is hier gebeurd?” mompelt hij. Tja… wat er precies gebeurd is, zal hij wel nooit te weten komen.

(36)

Post navigation