In de tuin speelden twee witte vlindertjes. Ze deden tikkertje. Ze hadden zo’n plezier en fladderden steeds achter elkaar aan. Ze dachten niet aan tijd en ze keken niet naar de lucht. Daarom schrokken ze heel erg, toen er ineens dikker regendruppels naar beneden vielen.
Oei, wat deden die druppels pijn op de dunnen, zachte vleugeltjes van de vlindertjes. ‘Kom mee,’ riep het ene vlindertje. ‘Ik zie daar een grote bloem. Daar kunnen we best met ons tweetjes in zitten.’ … Lees verder
