Vincent het vrolijke virus

Vincent is een klein mannetje met lange armen en benen. Hij woont niet in een gewoon huis maar in een computer. Met zijn lange armen en benen slingert hij aan de draden in de computer. Vincent kan zich net zo klein maken als een knikker. Zo rolt hij onder de grond en de huizen van de ene naar de andere computer. Misschien komt hij ook wel eens bij jou langs!

Op een dag belandt Vincent in de computer van Maaike … Lees verder

Waarom waarom waarom

Er was eens een klein meisje dat iedereen de kop gek zeurde. Altijd wilde ze maar weten ‘waarom, waarom, waarom’ . Papa en mama, de schooljuf, opa en oma; iedereen werd daar helemaal stapeltuureluurs van! Op straat wezen de mensen haar na: kijk, daar heb je het waarom- meisje weer!

En het meisje vroeg aan mama: “Waarom wijzen die mensen naar mij?”
Mama haalde haar schouders op.
“Mamaaaa, waaròm weet jij dat niet?”, vroeg het meisje,
“Zit mijn haar soms … Lees verder

Kabouter Jan

Er was eens een kaboutertje,
Ja, het was wel een stoutertje.
Een kabouter met een hele lange baard,
Zonder staart.
Met een punthoed zo rood als kersen,
En hij volgde toverlessen.
Zo van: kokus spokus pas boem,
Hij kon toveren! en gaf z’n vrouw ’n zoen.
Eerst toverde hij bessen,
En nam nog meer toverlessen.
Toen had hij ruzie met kabouter Pech,
En hij toverde hem weg!
Ja, hij toverde hem pats boem weg,
Jeetje, dat was me wat zeg!… Lees verder

Heksenstoet

Ik ging op vakantie naar mijn nichtje in Beselare. Ik wist dat het dat weekend HEKSENSTOET was. Leuk, dacht ik, dan kan ik kijken hoe mijn tante, oom en nichtje zich amuseren in de stoet als heksen. Maar toen ik daar kwam, hadden ze een verrassing: ik mocht namelijk ook meedoen aan de stoet! Ik was door de dolle heen! Wie heeft zo’n kans? Eventjes 2 dagen voordien te weten komen dat je mag meedoen aan een stoet! En wat … Lees verder

Zoem en zoemetje

‘Zo de scholen zijn weer begonnen, Zoemtje!’ riep Zoem, een dikke bromvlieg tegen zijn broertje, die net als hij steeds maar weer tegen het hoge schoolraam op en neer vloog.
‘Ja en wij vliegen hier in de eerste klas, he Zoem?’ vroeg Zoemetje.
‘Dat hoef je toch niet te vragen,’ lachte Zoem. ‘Kijk eens naar die lieve gezichtjes en de schone handjes. Zo zien alleen kinderen er uit, die voor het eerst op school zijn.’
‘Zeg Zoem,’ zei Zoemetje terwijl … Lees verder

Agent Jan – de strandwacht

Agent Jan heeft een dag vrij. Hij pakt zijn tas in. Met brood, pakjes drinken en snoep. Voor onderweg en op het strand. Want hij gaat naar het strand. Hij heeft ook een zwembroek ingepakt en een handdoek. En hij neemt een rubberbootje mee. Het is een heel eind rijden naar het strand. Maar dat geeft niet. Het is prachtig weer en agent Jan zingt een liedje. Bij het strand zet hij de auto in de schaduw. Dan blijft de … Lees verder

Berefijn

‘Mamma beer zegt: Wat een een weertje,
ik ga op stap met baby-beertje.
Kom we gaan naar berenoma
en naar berenopa toe,
want die hebben berekoekjes,
beresnoep en berethee,
en ik neem voor berenoma
mooie berebloemen mee.
Opa heeft een beretuintje
met een bereschommeltje.
Oma heeft een berezolder.
met een bererommeltje.
Wat een dagje zal het worden,
wat een dagje zal het zijn!
Mama beer en baby-beertje
vinden ’t leven berefijn!

(621)

Lees verder

Egeltje Stekeltje

Moedertje Lieselot liep op een avond in haar bloementuintje. Ze mopperde een beetje in zichzelf: ‘Het is een schande dat die vervelende rupsen alle blaadjes van mijn planten opeten. Moet je toch een zien hoe mijn mooie bloemen er uit zien. Ik wou dat ik er iets op wist te verzinnen!’

Ze bukte en pakte met een vies gezicht een dikke groene rups tussen duim en vinger. Verschrikt liet ze hem meteen weer vallen. Ze zag een vreemd beest, net … Lees verder

De verrekijker

Tom kijkt op de klok. ‘Mam, nu is het wel één uur denk ik!’ roept hij naar zijn moeder. Mama kijkt glimlachend om een hoek van de deur. ‘Het is bijna één uur. Opa is nu wel klaar met eten.’ Tom springt overeind en rent naar de schuur om zijn laarzen te pakken. ‘ Waarom heb je zo’n haast?’ roept mama hem achterna. ‘Ik ga met opa naar zee en hij neemt zijn verrekijker mee!’ Tom rent weg. Mama snapt … Lees verder

De paraplu

Het regent. Dikke druppels vallen uit de grijze hemel. Lila kijkt door het raam naar buiten. Drup, dripdrip, drup, drop. Drup, dripdrip, drup, drop. Het lijkt net muziek. Op de stoep liggen reuzenplassen en de blaadjes van de bomen hangen vol regendruppels. Lila zucht diep. “Ik heb geen zin om de hele dag binnen te zitten,” mompelt ze. “Ik kan toch evengoed in de regen spelen ?! Dat kan ook leuk zijn.” Ze holt naar de kapstok en trekt haar … Lees verder

Posts navigation