Het vogeltje dat honger had

Sabientje ging naar bed. Het was zever uur. Plotseling zag ze op de vensterbank een vogeltje zitten. Dat was Piep.
Sabientje deed het raam open.
‘Dag, Sabientje,’ zei Piep.
‘Dag, Piep,’ zei Sabientje.
‘Wat kom je doen?’
‘Ik kom een koekje vragen,’ zei Piep.
‘Want ik heb zo’n honger, weet je.’
‘Arme Piep,’ zei Sabientje.
‘Ik zal je gauw een koekje geven.’
Ze nam een koekje uit een trommeltje. Dat gaf ze aan Piep. Hij smulde er heerlijk van. Toen … Lees verder

Liesje en Miesje

Liesje en Miesje zijn twee stoute meisjes.
Buiten spelen vinden ze reuzefijn. Maar o, wee dan…

Plagen ze de poesjes
en dragen vieze bloesjes.
Ze plagen de hondjes
en hebben vieze mondjes.
Ze plagen de koetjes
en hebben vieze voetjes.
Ze plagen de bakker op de hoek
en eten alle krenten uit de krentenkoek.
Ze plagen Jantje, Pietje en Klaasje
en spelen over iedereen het baasje.
Ze plagen het jongetje, dat altijd fluit
en noemen hem een vrolijke guit.
Ze … Lees verder

Lindewiek – Ingebroken in de Kruimelwinkel – deel III

Daar kwam de politieauto. Twee politieagenten stapten uit. Ze bekeken het slot, de winkel en vroegen wie ze verdachten van de inbraak. Ze vroegen nog veel meer en schreven alles op in een boekje. “Tja, zeiden ook de agenten het is inderdaad iemand die van honing houdt en niet van broodkruimels.” Toen zochten de buurt af. Maar ze vonden niets. We zullen het verder onderzoeken. U hoort nog van ons.” Ze stapten weer in hun auto en vertrokken.

“Kom familie,” … Lees verder

Lindewiek – Ingebroken in de Kruimelwinkel – deel V

Terwijl de mieren verdrietig naar huis liepen hoorden ze plotseling iemand vrolijk zingen. Verbaast keken ze rond Toen zagen ze een bijtje dat op zijn rug lag te luieren op een bloemenstengel. “Falderie, ik hoef nooit meer honing te zoeken faldera. Nooit hoef ik meer te werken, falderie. Alleen domme bijen werken. Faldera”.

Onze mieren hielden halt. Nooit meer te werken? Het bestaat niet dat een bij geen honing meer hoeft te zoeken. Ze keken elkaar aan. De bij zong … Lees verder

Lindewiek – Ingebroken in de Kruimelwinkel – deel IV

Intussen waren de mieren op weg naar de Grote Zandweg. Maar daar aangekomen was er een gezoem in de grote bijenkorven. “Honing? Gestolen? Door ons?” De bijen vielen achterover van het lachen. “Hebben jullie gezien hoeveel honing wij hebben verzameld?”

De mieren werden rondgeleid langs enorme hoeveelheden honing. Nou het was duidelijk dat hier de inbreker niet gezocht hoefde te worden. De mieren vertrokken een beetje beschaamd. Toen gingen ze verder naar de buurt waar boer Bartjes woonde. Er hing … Lees verder

Lindewiek – Ingebroken in de Kruimelwinkel – deel II

Terwijl opa de telefoon pakte om de politie te bellen, liep Mierkus naar buiten om te vertellen dat alle potjes honing gestolen waren.

Wat schrokken ze. Druk praatten ze door elkaar. Wie had hun honing gestolen? En waarom? Ze konden toch gewoon de honing kopen? Je mag toch helemaal niet stelen! En nu is het slot van hun mooie deur ook nog stuk. Wat waren ze opgewonden. Nu hadden ze geen honing meer om te verkopen. Het was een ramp.… Lees verder

Lindewiek – Ingebroken in de Kruimelwinkel – deel I

Op een dag gebeurde er iets in Lindewiek. Iedereen weet nog wel dat er een Kruimelwinkel is in Lindewiek hè?. De Kruimelwinkel van Meneer Mierielja. Meneer Mierielja is de oudste zoon van Opa Mierielja. In de familie werd hij Mierkus genoemd, maar de klanten zeiden meneer Mierielja.

Op een ochtend was de familie druk bezig. Ze wasten zich en trokken hun kleren aan en gingen hun ontbijtje eten. De winkel moest open. Al vroeg kwamen er altijd mierenklanten uit de … Lees verder

De kabouterkoning is jarig

In Kabouterland was het feest. De kabouterkoning was jarig. Alle kabouters mochten op het feest komen. Dat was gezellig.

De koning gaf veel weg. Hij gaf dropjes, toffees en koek. Ook kregen ze lekkere priklimonade, rood, geel of groen. Iedereen mocht zelf uitkiezen, welke kleur hij wilde hebben.

Toen ze allemaal zaten te snoepen, kwam er ineens een klein meisje aanlopen. ‘O, kijk eens!’ riepen de kabouters. De koning keek ook naar het meisje.
‘Hoe heet jij? vroeg hij vriendelijk.… Lees verder

Mathilda

Ik ben een poes, een heel deftige poes. Ik heet Mathilda en ik ben de mooiste poes van de hele buurt. Ik heb een rode vacht, en als de zon erop schijnt, lijkt het net of ik van goud ben!

Mijn bazin, de oude mevrouw, is ook heel deftig. We wonen in het mooiste huis aan de gracht, en ik mag altijd op een zijden kussen in de vensterbank liggen. Dan kijk ik naar buiten, waar de poezen van hiernaast … Lees verder

Een gebroken been

Toen Dirk-Jan zes jaar werd, mocht hij van zijn ouders als cadeau een sport uitkiezen. Dirk-Jan hoefde niet lang na te denken. Hij koos voetbal!

Op een zaterdag bracht de moeder van Dirk-Jan hem naar het voetbalveld. Ze bleef ook nog even kijken want ze was heel benieuwd of Dirk-Jan het voetballen leuk zou vinden.

De trainer van het elftal kwam naar hen toe en gaf Dirk-Jan een hand. ‘Hallo Dirk-Jan, wat leuk dat je bij ons komt voetballen. We … Lees verder

Posts navigation