Droef kan niet slapen

Droef de Hond ligt in zijn mand.
Hij ligt te slapen.
Of toch niet?
Nee, Droef slaapt helemaal niet.
Hij wil wel graag slapen, maar hij kan niet in slaap komen.

Wat kan ik eens verzinnen, zodat ik toch in slaap val?
Weet je wat, ik ga eens andersom in mijn mand liggen.
Maar nee, het helpt niets.
Droef blijft wakker.

Ok, dan ga ik niet in mijn mand liggen maar op de grond.
Maar ook op de grond valt … Lees verder

Droef is blij

Droef de Hond is blij.
Hij weet niet precies waarom.
Zomaar eigenlijk.

Gewoon blij en vrolijk.
Omdat de zon schijnt.
Omdat hij lekkere brokken heeft gegeten.
Omdat hij zo’n fijne mand heeft.
En nog veel meer…

Omdat Droef zo blij is, besluit hij een liedje te zingen.
Maar Droef kan niet zingen.
Hij zingt heel vals.
Zo vals, dat de kat er van gaat miauwen.

Omdat Droef zo blij is, besluit hij dan maar een dansje doen.
Maar Droef heeft … Lees verder

Droef droomt

Droef de Hond ligt in zijn mandje te slapen.
Hij ligt heerlijk te dromen.
Hij droomt hele leuke dingen.

Droef droomt dat hij de hele dag worst mag eten.
En dat hij zoveel koekjes mag eten, als hij zelf maar wil.
Maar dan wordt Droef misselijk.
Hij heeft veel te veel gegeten.

Droef droomt dat hij de hele dag in het bos mag spelen.
En dat hij zo hard kan rennen als hij zelf maar wil.
Maar dan wordt Droef … Lees verder

Koe zonder vlekken

Ik ben een koe
Ik sta in de stal
Ik ben een koe
En ik sta hier voor mal
Weet je hoe dat komt?
Weet je hoe?
Ik heb geen vlekken

Ik ben een koe
Ik probeerde het met sop
Ik probeerde het met zeep
Maar het lukte niet
Hoe hard ik me ook kneep

Ik ben een koe
Ik sta in de stal
Ik ben een koe
En ik sta hier voor mal
Weet je hoe dat komt?
Weet … Lees verder

Agent Jan – buikpijn

Buikpijn

‘Halt! Blijf staan,’ roept agent Jan. Hij rent. En rent. Een dief heeft een schilderij gestolen. Een heel duur schilderij. Van mevrouw Zwaan. Die hing in de kamer. Een echt schilderij van Anna Nas. Toen zij boven was heeft de dief het schilderij stiekem van de muur gehaald. Mevrouw Zwaan was zo geschrokken dat zij agent jan heeft gebeld. En hij rent nu achter de dief aan.

De dief staat voor een zebrapad. Het verkeerslicht staat op rood. De … Lees verder

Twee koeien in de stad

Er stonden twee koeien in de wei
De één heettte Klara en de andere Bella
en ze verveelden zich allebei
Op een dag had de boer het hek open laten staan
Klara en Bella hadden dat gezien
en zijn met z’n tweëen aan de wandel gegaan

‘Dit is veel leuker dan onze wei,’ zeiden ze tegen elkaar
Kletsend liepen ze zo heel ver weg
Tot Bella zei: ‘Kijk daar!’
Ze waren aangekomen in de stad
en keken hun koeienogen uit… Lees verder

De Reus

De grote reus van Rittemitten,
die wilde graag een snor bezitten.
En elke morgen onvermoeid,
keek hij of er wat was gegroeid.
Maar och, zijn lip bleef kaal en glad,
en hij had zo graag een snor gehad.
En weet je wat de reus toen greep?
Een grote pot met groene zeep.
Daar smeerde hij zijn lip mee in,
de snor had blijkbaar nog geen zin.
Toen zei de reus: verhip verhip,
wat is dat met mij bovenlip?
Hij smeerde … Lees verder

Harry, Joep van de Poep en de eendjes

Dit is een verhaal van Harry de dikke kater. Hij beleeft veel leuke avonturen. Lees maar snel verder, hij zal je er alles over vertellen…

Zoals bijna iedere morgen, liep ik langs het kippenhok. Ik liep het laantje in, naar de sloot. Het was rustig in het park. Bij de bosjes aangekomen zag ik dat er eendjes langs de kant in het gras lagen. Hoi, leuk, want eendjes het water injagen, vind ik een leuk spelletje. Ik nam al een … Lees verder

Agent Jan – boer Piet is weg

De telefoon gaat op het politiebureau. Agent Jan neemt de telefoon op.
‘Met agent Jan!’, zegt hij.
‘Agent Jan? met boerin Truus. Boer Piet is weg! Ik kan hem nergens vinden!’
‘O, wat naar. Is boer Piet er dan niet?’
‘Nee, die is weg,’ zegt boerin Truus.
‘O, ja, dat is waar,’ zegt agent Jan. ‘Ik kom er aan!’

Agent Jan pakt de knuppel, stapt op de fiets en rijdt naar het huis van boer Piet. Dat is een boerderij. … Lees verder

Het huisje in het bos

Er was eens een klein jongentje, hij heette Joep.
Hij woonde aan de rand van het bos.
Op een dag ging Joep in het bos spelen.
Mama zei: ‘ Blijf in de buurt en kom voor het donker weer thuis!’
‘Oke, dag mam’, zei Joep.

Joep zag een goede vriend van school.
‘He Pim, wat doe jij hier?’, vroep Joep.
‘O ik ben aan het spelen.’
‘Ja ik ook, zullen we een spelletje doen?’, vroeg Joep.
‘Ja verstoppertje, jij moet … Lees verder

Posts navigation