Het monsterfeest

Michiel ligt doodstil in bed. Wat was dat geluid? Hij luistert goed. Daar is het weer! Het lijkt erop dat het onder het bed vandaan komt. Michiel wordt een beetje bang. Hij ligt in de logeerkamer van opa en oma. Er zijn hier toch geen monsters, net als eerst op zijn eigen kamer? Papa geloofde niet dat er echt monsters waren. Maar ze waren er wel! Hij had ze zelf gezien! Grote, harige monsters met lichtgevende ogen. Papa had de … Lees verder

Ik-wil-zo-graag-dag

Mama lag in bed en net als de wekker was ook zij nog niet wakker geworden. Ze lag nog fijn te dromen. Dat kon je goed zien, want alles aan haar gezicht bewoog. Dan trok ze haar wenkbrauwen naar beneden en dan weer omhoog. ‘Hie-hie,’ ze lacht in haar slaap fluisterde Pearl tegen haar grote zus Robin die ondertussen nog wat half slaperig naast haar ging staan.

‘Ik vind het jammer dat ik wakker ben geworden,’ zei Robin wat teleurgesteld. … Lees verder

De prins en het korreltje zand

Lang geleden toen de dieren nog spraken, leefde er eens een mooie prins .Maar, er was ook een jaloerse heks. De heks had twee brutale dochters en een vrolijke stiefdochter. Maar het meisje was niet erg geliefd en het zwierf zomaar rond. Het kreeg hier en daar een restje eten .De hond had het beter dan zij. De knappe prins gaf een groot feest . Maar de jaloerse heks mocht niet naar het feest .De heks vond het gemeen want … Lees verder

Lente en Storm doen een wedstrijdje

Lente en Storm gaan voor het eerst met hun ouders op wintersport. Ze hebben er enorm veel zin in. Ze hebben al vaak verhalen van hun ouders gehoord over hoe spannend het wel niet is om een grote berg af te roetsen. Al vroeg in de morgen zitten ze in de auto richting Oostenrijk. Iedereen met warme, dikke kleren aan, de dakkoffer bovenop de auto voor de ski’s en de sneeuwkettingen om de bandjes voor als het glad wordt.

Halverwege … Lees verder

Vincent het vrolijke virus

Vincent is een klein mannetje met lange armen en benen. Hij woont niet in een gewoon huis maar in een computer. Met zijn lange armen en benen slingert hij aan de draden in de computer. Vincent kan zich net zo klein maken als een knikker. Zo rolt hij onder de grond en de huizen van de ene naar de andere computer. Misschien komt hij ook wel eens bij jou langs!

Op een dag belandt Vincent in de computer van Maaike … Lees verder

Waarom waarom waarom

Er was eens een klein meisje dat iedereen de kop gek zeurde. Altijd wilde ze maar weten ‘waarom, waarom, waarom’ . Papa en mama, de schooljuf, opa en oma; iedereen werd daar helemaal stapeltuureluurs van! Op straat wezen de mensen haar na: kijk, daar heb je het waarom- meisje weer!

En het meisje vroeg aan mama: “Waarom wijzen die mensen naar mij?”
Mama haalde haar schouders op.
“Mamaaaa, waaròm weet jij dat niet?”, vroeg het meisje,
“Zit mijn haar soms … Lees verder

Kabouter Jan

Er was eens een kaboutertje,
Ja, het was wel een stoutertje.
Een kabouter met een hele lange baard,
Zonder staart.
Met een punthoed zo rood als kersen,
En hij volgde toverlessen.
Zo van: kokus spokus pas boem,
Hij kon toveren! en gaf z’n vrouw ’n zoen.
Eerst toverde hij bessen,
En nam nog meer toverlessen.
Toen had hij ruzie met kabouter Pech,
En hij toverde hem weg!
Ja, hij toverde hem pats boem weg,
Jeetje, dat was me wat zeg!… Lees verder

Heksenstoet

Ik ging op vakantie naar mijn nichtje in Beselare. Ik wist dat het dat weekend HEKSENSTOET was. Leuk, dacht ik, dan kan ik kijken hoe mijn tante, oom en nichtje zich amuseren in de stoet als heksen. Maar toen ik daar kwam, hadden ze een verrassing: ik mocht namelijk ook meedoen aan de stoet! Ik was door de dolle heen! Wie heeft zo’n kans? Eventjes 2 dagen voordien te weten komen dat je mag meedoen aan een stoet! En wat … Lees verder

Zoem en zoemetje

‘Zo de scholen zijn weer begonnen, Zoemtje!’ riep Zoem, een dikke bromvlieg tegen zijn broertje, die net als hij steeds maar weer tegen het hoge schoolraam op en neer vloog.
‘Ja en wij vliegen hier in de eerste klas, he Zoem?’ vroeg Zoemetje.
‘Dat hoef je toch niet te vragen,’ lachte Zoem. ‘Kijk eens naar die lieve gezichtjes en de schone handjes. Zo zien alleen kinderen er uit, die voor het eerst op school zijn.’
‘Zeg Zoem,’ zei Zoemetje terwijl … Lees verder

Agent Jan – de strandwacht

Agent Jan heeft een dag vrij. Hij pakt zijn tas in. Met brood, pakjes drinken en snoep. Voor onderweg en op het strand. Want hij gaat naar het strand. Hij heeft ook een zwembroek ingepakt en een handdoek. En hij neemt een rubberbootje mee. Het is een heel eind rijden naar het strand. Maar dat geeft niet. Het is prachtig weer en agent Jan zingt een liedje. Bij het strand zet hij de auto in de schaduw. Dan blijft de … Lees verder

Posts navigation